Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 maart 2022 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Zwolle, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
31 maart 2010, en opnieuw rechtdoende:
Waardering vordering
Mijns inziens is de kans aanmerkelijk dat deze post uiteindelijk beperkt zal zijn in waarde. Dit omdat in de praktijk een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten in nagenoeg alle gevallen wordt berekend op basis van het Besluit van 27 maart 2012, houdende regels ter normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten). Hoewel dit besluit betrekking heeft op geldvorderingen, wordt deze in de praktijk ook vaak toegepast op schadevergoedingsvorderingen, waarvan de hoogte nog niet exact bekend is. Het is dan ook mijn verwachting dat de vordering op dit punt sterk beperkt zal zijn tot maximaal mogelijk enkele tienduizenden Euro’s.
Terzake deze vordering dient vooropgesteld te worden dat er sprake is van een no cure no pay afspraak, waardoor er geen opbrengsten zijn als de procedure niet resulteert in een veroordeling tot betaling van een geldsom. Bovendien dienen van deze opbrengsten de gemaakte kosten te worden voldaan. Zoals hiervoor aangegeven zijn deze zeer substantieel en dienen er nog aanmerkelijke kosten gemaakt te worden. Terzake deze procedure is – zoals hiervoor aangegeven – sprake van een toekomstig onzekere gebeurtenis. Los daarvan is er ook sprake van diverse onzekere variabelen. Zo is het op het moment onbekend hoeveel jaren c.q. trekkingen ieder van de 109.300 deelnemers heeft meegedaan en met exact hoeveel loten men heeft meegedaan per trekking, alsmede welke prijs er voor de loten is betaald (zijn er loten cadeau gekregen, korting bij aankoop meerdere loten). Ook is niet bekend welke prijzen de betreffende deelnemers hebben gewonnen op de betreffende loten.
[naam 14] en [naam 15] , medewerkers van het Trustkantoor [bedrijf 7] .
[bedrijf 8](…), being in possession of a certificate evidencing the entitlement to a total of
One (1)share in the capital of:
Van:[gemachtigde] [e-mail adres [gemachtigde] ]
11 september 2014, staat – voor zover hier van belang – het volgende:
Partij 1 vertegenwoordigt de 109.618 deelnemers van een collectieve rechtszaak (de rechtszaak) endraagthierbij formeel alle rechten enverantwoordelijkhedenmet betrekking totde belangenvan de deelnemers in het kader van de rechtszaakoveraan partij 2.
De partijen kwamen in augustus 2014 bijeen ter kantore van partij 2 te Man, waar zij overeenkwamen dat partij 2 de verantwoordelijkheid op zich zou nemen om zich ervan te verzekeren dat alle 109.618 deelnemers hun gerechtigde deel van de vordering komen te ontvangen zo de rechtszaak in hun voordeel wordt beslist.
Partij 2 neemtdeze rolop zichvoor een prijs van € 15(vijftien euro) per deelnemer. De totale prijs voor het op zich nemen van deze rol wordt daarmee berekend op € 1.644.270 (een miljoen zeshonderdvieren veertigduizend en tweehonderdzeventig euro), exclusief BTW.(..)
Hierbij is overeengekomen dat partij 1 binnen 5 dagen na tekening van deze overeenkomst door beide partijen en bevestiging dat partij 2 een BTW-nummer heeft verkregen 60% van de factuur zal betalen. De resterende 40% van het te betalen bedrag zal worden betaald binnen 80 dagen na tekening van deze overeenkomst door beide partijen en bevestiging dat partij 2 een BTW-nummer heeft verkregen.”
–voor zover hier van belang
–als volgt:
2 Feiten
4.12. De vordering tot vergoeding van de bonusregeling wordt afgewezen, nu dit een
€ 31.450.000 en € 250.000.
Inleiding
“Gezien de enorme omvang van de werkzaamheden en meerwerk geen onderdeel kan uitmaken van de offerte adviseer ik je daarmee rekening te houden.”Een opmerking die in het normale zakelijk verkeer tussen een offerte aanvrager en een offerte verlener, ongebruikelijk is.
Ten aanzien van het onder feit 2 (subsidiair) en 3 (primair) ten laste gelegde:
Nederlandse vertaling van de] inhoud luidde, onder meer:
“Er is geen overeenkomst gedateerd 25 februari 2016 (de factuur is niet duidelijk), echter op de 25e accepteerden de directeuren de bijkomende deelnemers, volgens de voorwaarden van de originele overeenkomst van 10 november 2014 (in de bijlage).
voor een prijs van € 15 (vijftien euro) per deelnemer”) is op geen enkele wijze te rijmen met de beweringen van verdachte over de handtekeningenactie. Dat dit, zoals verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, zo is ontstaan omdat verdachte de Engelse taal onvoldoende zou beheersen, is gelet op de wijze waarop deze stukken tot stand zijn gekomen, zoals hiervoor weer gegeven, volstrekt onaannemelijk, evenals zijn verklaring dat de werkelijke kosten ten opzichte van de raming door een foute inschatting uiteindelijk heel veel lager uitvielen.
metbetaling van deelnemersgelden, nu deze gelden binnen de vennootschap een bestemming hadden met betrekking tot de opdracht die de vennootschap had aanvaard jegens de deelnemers - die het recht om zelf te procederen tegen de [loterij 1] ten gunste van [eiseres] BV hadden prijsgegeven - .
Ten aanzien van feit 5 :
3 Rechtspersonen (buitenland)
21 augustus 2014.
‘Nominee Declaration (Shares)’van [bedrijf 8] gedateerd
17 juli 2014.
(3) een ‘Stock Transfer Form’.
[bedrijf 8], die optreedt als ‘nominee shareholder’.
Overeenkomsten.
(1) Overeenkomst 1: de handtekeningenactie
juni / juli 2015.
[bedrijf 11] BVin [plaats 4] . [gemachtigde] had contact met
[naam 22]van [bedrijf 11] .
(3) Overeenkomst 3: de overwaarde van de claim
“Inleiding
Uitgangspunten
Nu de rechtbank tot het oordeel is gekomen dat er een vermogensbestanddeel is overgedragen en dat dit tot winst in het onderhavige jaar kon leiden, komt de rechtbank toe aan de vraag of verweerder er met de gewone bewijslast in slaagt om aannemelijk te maken dat deze overdracht tot een aanzienlijke niet aangegeven winst heeft geleid.
Blijkens het verslag van de bespreking van [gemachtigde] met [bedrijf 4] op 22 augustus 2013 en het aan [bedrijf 1] B.V. gerichte (concept) fiscaal advies van [bedrijf 4] van 13 juni 2014, was het advies erop gericht hoe fiscaal het meest optimaal kon worden omgegaan met de te verwachten winst. Daarbij is onder meer opgemerkt dat het tarief aan vennootschapsbelasting op Isle of Man 0% bedraagt. In het (concept) advies is vervolgens opgemerkt dat dit betekent dat als de vordering wordt overgedragen aan een Limited op Isle of Man, de eventuele winst die ontstaat doordat het van [loterij 1] te ontvangen bedrag hoger zal blijken te zijn dan de eerder ingeschatte waarde, niet belast is in de Ltd. In het (concept) advies is geen waarde genoemd van de potentiële vorderingen. In het (concept) advies is opgemerkt dat de potentiële vordering tegen de waarde in het economisch verkeer dient te worden overgedragen. In dat verband wordt geadviseerd om door een drietal advocaten een onafhankelijke waardering te laten opstellen.
€ 15,45 per deelnemer. Dit bedrag is veel lager dan het bedrag dat [gemachtigde] blijkens de gedingstukken in werkelijkheid verwachtte te incasseren van [loterij 1] .
7,00%
€ 9.065
Beslissing
€ 631;