ECLI:NL:HR:2004:AP1381
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad uitspraak over winst uit aanmerkelijk belang en informeel kapitaal
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 790.646, waarvan ƒ 729.750 werd belast volgens artikel 57a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat belanghebbende een bedrag van ƒ 49.785 aan H BV had onttrokken en als informeel kapitaal in F BV had gestort, maar dat het Hof niet hoefde te corrigeren in de verkrijgingsprijs van de aandelen. Dit leidde niet tot een te hoge aanslag.
De overige middelen van cassatie werden verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet tot rechtsvragen leidden die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof wordt bevestigd.