ECLI:NL:HR:2003:AE3220
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag BPM wegens onjuiste bewijslastverdeling en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een importeur van personenauto's en motorrijwielen, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor het jaar 1993 wegens te weinig betaalde belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM). De aanslag betrof onder meer accessoires die vóór kentekenregistratie waren aangebracht. Na bezwaar en beroep bevestigde het hof de aanslag en beperkte het de verhoging deels.
In cassatie stelde belanghebbende onder meer dat zij niet de belastingplichtige was, dat de bewijslast onjuist was verdeeld, en dat alleen fabrieksmatig aangebrachte accessoires belast mochten worden. De Hoge Raad verwierp het standpunt over belastingplicht, maar oordeelde dat het hof ten onrechte de bewijslast bij belanghebbende had gelegd omtrent de omvang van de te weinig betaalde belasting.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof buiten de rechtsstrijd was getreden door aan te nemen dat sprake was van opzet terwijl de inspecteur slechts grove nalatigheid had gesteld. De zaak werd vernietigd en verwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling. De Hoge Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, de uitspraak van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.