Belanghebbenden zijn erfgenamen van een overledene die een zeldzame Chinese pot uit de Han-Yuan dynastie in de nalatenschap hadden. De pot werd 20 maanden na het overlijden verkocht voor 23 miljoen euro. In eerste instantie was de waarde in de successieaangifte slechts 12.500 euro.
De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op waarbij hij uitging van de verkoopprijs als waarde op de overlijdensdatum. De rechtbank vernietigde deze aanslagen en stelde de waarde lager vast, wat het hof bevestigde en de waarde op 10 miljoen euro schatte, rekening houdend met marktontwikkelingen en schaarste.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht de verkoopprijs als uitgangspunt nam en de waarde schattenderwijs heeft vastgesteld. De motivering van het hof was voldoende en het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.