ECLI:NL:HR:2003:AI0411
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over waardering pensioen- en lijfrenteverplichtingen bij overdracht
Belanghebbende, een besloten vennootschap opgericht in 1977, voerde oudedagsvoorzieningen uit voor haar directeur/grootaandeelhouder en diens echtgenote. In 1991 droeg zij pensioen- en lijfrenteverplichtingen over aan een andere vennootschap, DD BV, tegen een koopsom gelijk aan de passiefpost op de balans.
De Inspecteur stelde een uitdeling aan de aandeelhouder vast door het verschil tussen de koopsom en een door hem berekende lagere waarde van de verplichtingen. Het Gerechtshof Arnhem verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, maar de Hoge Raad vernietigde dit arrest in cassatie.
De Hoge Raad oordeelde dat bij de waardering van de overdracht een kosten- en winstopslag in aanmerking genomen moet worden, vergelijkbaar met die van verzekeringsmaatschappijen. Tevens werd het oordeel van het Hof dat sprake was van een vermogensverschuiving naar de aandeelhouders niet onjuist bevonden, maar dit oordeel is een feitelijke waardering die in cassatie niet kan worden getoetst.
De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van deze richtlijnen. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.