ECLI:NL:HR:1997:AA2193
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over navorderingsaanslag inkomstenbelasting en winstuitdeling bij verkoop pand BV
Belanghebbende was enig directeur en aandeelhouder van een BV die in 1988 een pand verkocht aan zijn echtgenote tegen een lagere prijs dan de economische waarde. De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag op wegens een vermeende winstuitdeling, inclusief een 100% belastingverhoging. Het hof matigde de aanslag en de verhoging, maar stelde de winstuitdeling hoger vast dan belanghebbende wenste.
In cassatie bestreden zowel belanghebbende als de Staatssecretaris het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had geoordeeld over de omvang van de winstuitdeling, omdat het niet correct was om de verhaalbaarheid van schulden na balansdatum te betrekken zonder rekening te houden met de activa. De Hoge Raad stelde vast dat de zuivere winstuitdeling slechts ƒ 19.000,-- bedroeg, wat resulteert in een lager belastbaar inkomen.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de Staatssecretaris en vernietigde het arrest van het hof voor wat betreft de winstuitdeling, waarbij de navorderingsaanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 72.616,-- met een verhoging van 50%. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 72.616,-- met een verhoging van 50%, het beroep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de winstuitdeling betreft.