ECLI:NL:CRVB:2022:2745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- G.H.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Schattenderwijs vaststellen waarde onroerend goed bij terugvordering bijstand
Appellant ontving vanaf 2009 een AIO-aanvulling, die werd ingetrokken en teruggevorderd nadat hij meldde mede-eigenaar te zijn van een woning in Suriname. De SVB blokkeerde de bijstand na ontvangst van een taxatierapport uit 2018 en vorderde terugbetaling over de periode 2009-2018.
De SVB beperkte later de terugvordering tot de periode vanaf het overlijden van de vruchtgebruiker in 2013, met een lager bedrag. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet redelijkerwijs over het vermogen kon beschikken en dat de terugvordering onterecht was.
De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk over het vermogen kon beschikken, dat het aandeel in de woning tot zijn vermogen behoort en dat de SVB de waarde van het onroerend goed schattenderwijs over de gehele periode moet vaststellen. De Raad paste het evenredigheidsbeginsel toe bij de terugvordering en beperkte deze tot het materieel ten onrechte ontvangen bedrag. De terugvordering werd vastgesteld op €13.469,07 en de SVB werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De terugvordering van de ten onrechte ontvangen AIO-aanvulling wordt vastgesteld op €13.469,07 en het besluit van de SVB wordt vernietigd.