Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving vanaf maart 2014 samen met haar echtgenoot een AIO-aanvulling. Uit onderzoek bleek dat appellante eigenaar was van een woning op Curaçao, die niet was gemeld bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb trok de AIO-aanvulling in en vorderde terugbetaling over een periode van 2014 tot 2019, en wees nieuwe aanvragen af. De rechtbank handhaafde deze besluiten, maar appellante ging in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat appellante juridisch eigenaar was en over de woning kon beschikken, ondanks haar stelling dat de economische eigendom bij haar dochter lag. Appellante en haar echtgenoot schonden de inlichtingenverplichting door het bezit niet te melden. Het recht op AIO-aanvulling kan echter wel schattenderwijs worden vastgesteld op basis van een taxatie uit 2019, waardoor de terugvordering wordt verminderd tot €6.342,01.
De afwijzing van de nieuwe aanvragen blijft in stand omdat het vermogen van appellante hoger was dan de wettelijke vermogensgrens. De Raad wijst het beroep op het evenredigheidsbeginsel af, oordeelt dat de Svb niet tekortgeschoten is in haar onderzoeksplicht en bevestigt dat de beoordelingsperiode bij afwijzing van aanvragen niet wordt verlengd tot de bezwaarbeslissing.
Appellante krijgt een vergoeding van de proceskosten en griffierechten. De Raad vernietigt het besluit over de hoogte van de terugvordering en stelt dit bedrag lager vast, maar bevestigt de overige besluiten.
Uitkomst: De intrekking en afwijzing van de AIO-aanvulling worden bevestigd, maar de terugvordering wordt verminderd tot €6.342,01.