Appellanten ontvingen vanaf 1 november 2008 een aanvullende inkomstenvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) naast hun AOW-pensioen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) blokkeerde en trok deze uitkering in vanwege onduidelijkheden over het bezit van onroerende zaken in Tunesië, met name een stuk grond in Kasirin en een woning in een andere plaats. Appellanten hadden op een formulier aangegeven dat zij samen met familie een stuk grond bezaten, maar konden dit niet aannemelijk maken.
De Svb baseerde haar besluiten op het ontbreken van voldoende gegevens over het buitenlandse vermogen, waardoor niet kon worden vastgesteld of appellanten recht hadden op bijstand. De rechtbank handhaafde deze besluiten. In hoger beroep overwoog de Raad dat de blokkering terecht was omdat er een gegrond vermoeden bestond dat het recht op bijstand niet bestond. Echter, de Raad oordeelde dat de Svb niet aannemelijk had gemaakt dat appellanten redelijkerwijs konden beschikken over het stuk grond in Kasirin.
De waarde van de woning kon wel worden vastgesteld aan de hand van een taxatierapport, waaruit bleek dat het vermogen niet boven de vermogensgrens lag. De Raad concludeerde dat de intrekking van de AIO-aanvulling en de terugvordering onterecht waren omdat het vermogen niet in de weg stond aan de bijstand. De besluiten van de Svb werden daarom vernietigd en de terugvordering herroepen. Appellanten krijgen het betaalde griffierecht vergoed.