3.3.Het hof heeft deze bewezenverklaring doen steunen op de inhoud van de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de aanvulling op het arrest als bedoeld in art. 365a lid 2 Sv. De aanvulling op het verkorte arrest houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
“1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aangifte (als bijlage op pagina 37-38 van het proces-verbaal genummerd PL0900-2018001202-1), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als verklaring van [betrokkene 1]:
Ik doe aangifte van diefstal. Op 1 januari 2018 was ik aan het werk bij [A] te Amersfoort en zag ik twee jongens binnenkomen. (..) Ik vroeg jongen 1 waar de kauwgom was. Ik zag dat de jongen hard de winkel uitrende. Ik hoorde op het moment dat hij buiten was, dat hij riep “rennen”. Ik ben direct achter hem aangerend.
Ik zag dat jongen 1, ter hoogte van het bedrijf [B] , werd tegengehouden door een man. Ik zag dat de groep direct agressief reageerde tegen de man die jongen 1 tegen probeerde te houden. Ik zag dat 1 jongen van de groep erg agressief was.
Jongen 3
- Man
- Licht getint
- Klein van postuur
- Tussen de 16 en 20 jaar maar je zou hem ook 14 kunnen schatten
- Joggingsbroek, zwarte capuchon en een beige pet
Nadat de politie weg was gegaan merkte ik dat ik mijn zwarte IPhone 7 kwijt was. Via findmyapple kwam ik er achter dat mijn telefoon uit stond. Ik ben naar [B] gelopen en heb daar de camerabeelden bekeken. Via de camerabeelden ben ik er achter gekomen dat mijn telefoon uit mijn broekzak is gevallen en dat jongen 3 hem opgepakt heeft.
2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (als bijlage op pagina 54-55 van het proces-verbaal genummerd PL0900-2018001202-5), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Op 21 januari 2018 reed ik te Amersfoort. Op dat moment kreeg ik het verzoek van de centralist van de meldkamer om naar de [a-straat] te gaan. Aldaar had iemand de persoon herkend die enige tijd geleden zijn telefoon had weggenomen. Ik hoorde de man zeggen dat hij de jongen herkende die op 1 januari 2018 zijn mobiele telefoon had gestolen. Deze man gaf mij op te zijn: [betrokkene 1] . Ik zag dat [betrokkene 1] mij een jongen aanwees. Deze jongen bleek later te zijn [verdachte] . geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] .
Ik hoorde [betrokkene 1] verklaren: De jongen die nu bij u in de auto zit herken ik als de jongen die op 1 januari 2018 mijn telefoon heeft gepakt. De jongen die nu in uw auto zit is later nog in de winkel geweest en heeft toen geroepen dat hij de telefoon van [betrokkene 1] heeft. [betrokkene 1] is mijn roepnaam.
3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (als bij lage op pagina 68 van het proces-verbaal genummerd PL0900-2018001202-8), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Wij bekeken de beelden van casino [B] . Hierop zagen wij onder andere dat een jongen een voorwerp van de grond pakte. Door de aangifte wisten wij dat dit de verdachte was welk[e] op dit moment de mobiele telefoon van aangever pakte. Wij zagen dat de verdachte met de mobiele telefoon wegliep.
4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van herkenning (als bijlage op pagina 72 van het proces-verbaal genummerd PL090Q-2018001202-10), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
Op maandag 5 februari 2018 werd ik door mijn collega [verbalisant 3] gevraagd om camerabeelden te bekijken. Ik bekeek vervolgens op een laptop naar bewegende beelden. Ik zag op de beelden de straat [a-straat] in het centrum van Amersfoort. Mijn collega [verbalisant 3] wees mij, linksboven in beeld, een persoon aan, die over de [a-straat] liep. Ik zag dat deze persoon van links boven in beeld naar onder in beeld kwam gelopen.
Ik, [verbalisant 4] , herkende deze jongeman direct voor 100 procent. Ik herkende hem als: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2002.
Ik ken [verdachte] al langere tijd als wijkagent van de wijk [wijk] . [verdachte] woont in mijn wijk en ik heb als wijkagent al meerdere malen met hem te maken gehad. Ik herkende [verdachte] op de beelden direct aan zijn lengte, postuur, houding en manier van bewegen.
5. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [verbalisant 4] d.d. 23 juli 2018 opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Midden-Nederland, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als verklaring van verbalisant [verbalisant 4] :
Het gaat over [verdachte] . Ik ben zijn wijkagent en heb veel met hem te maken gehad. Ik heb ook veel huisbezoeken aan hem gebracht. Ik weet hoe hij eruit ziet, hoe hij is naar zijn ouders, hoe hij is als persoon en hoe hij loopt. (..) Ik heb zijn gezicht gezien op de beelden. Ik heb hem duidelijk in beeld gezien. Hij kwam aanlopen aan de overzijde van de wegen strak over. Ik herkende hem voor 100%. Ik herken zijn manier van lopen en de manier waarop hij beweegt. Hij heeft een spits bekkie.
6. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aangifte (als bijlage op pagina 27-28 van het proces-verbaal genummerd PL0900-201803576-1), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als verklaring van [betrokkene 1] :
Ik doe aangifte van bedreiging. Op 4 februari 2018 bevond ik mij in mijn winkel, supermarkt [A] in Amersfoort. Ik zag een persoon de winkel binnenlopen. Ik zag dat de jongen er als volgt uit zag:
- Man
- Ongeveer 15 jaar oud
- Licht getint uiterlijk
- Normaal postuur
- Ongeveer 170 cm groot
- Kort zwart haar
- Blauwe jas met bontkraag
- Spijkerbroek
Ik herkende deze jongen meteen. Op 1 januari 2018 is namelijk ook mijn IPhone uit de winkel gestolen. Ik heb van deze diefstal aangifte gedaan. Uit bewakingsbeelden is gebleken dat deze jongen mogelijk de dader is van de diefstal van mijn telefoon. De jongen is ook een van de jongeren die vervelend doen in de winkel. Sinds de diefstal word ik, persoonlijk, en in de winkel gebeld met de mededeling of ik mijn telefoon wil terugkopen. Ook is telefonisch een keer tegen mij gezegd: “Ik heb een mes. Geen politie, anders steek ik je neer.” Of woorden van gelijke strekking. Ik weet dat deze jongen voor de diefstal is aangehouden. Ik heb toen tegen hem gezegd dat hij een winkelverbod kreeg van mij.
Ik zag dat de jongen een kaasbroodje pakte en een pakje noodles. Omdat ik hem niet in de winkel wilde hebben, zei ik meteen tegen de jongen dat hij een winkelverbod had en hij weg moest gaan.
Ik hoorde hem iets zeggen, maar ik kon het niet helemaal verstaan, dus ik vroeg de jongen wat hij zei. Ik hoorde de jongen vervolgens zeggen: Ik pakje nog wel. Ik wacht buiten op je.
Ik ben niet alleen bang voor mijzelf, maar ook voor mijn personeel.
7. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (als bijlage op pagina 30 van het proces-verbaal genummerd PL0900-201803576-8), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
Op zondag 4 februari 2018 omstreeks 20.00 uur heb ik telefonisch contact gehad met aangever [betrokkene 1] , roepnaam [betrokkene 1] . Ik vroeg [betrokkene 1] of er ten tijde van de bedreiging mensen in de winkel waren die mogelijk getuige zouden kunnen zijn van de bedreiging. Ik hoorde dat hij zei dat er een collega vlak bij hem stond die mogelijk de bedreiging wel zou kunnen hebben gehoord. Hij zei dat het [betrokkene 2] betrof. Ik heb meteen telefonisch contact gezocht met [betrokkene 2] . Ik hoorde dat [betrokkene 2] het volgende tegen mij zei:
- Dat collega [betrokkene 1] achter de kassa stond;
- Dat zij bij de uitgang stond;
- Dat ze hoorde en zag dat de jongen tegen [betrokkene 1] zei: “Ik pak jou nog wel”.