ECLI:NL:RVS:2015:3680
Raad van State
- D.A.C. Slump
- R. Uylenburg
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Correctie op het relativiteitsvereiste in bestuursrechtelijke procedures tegen bestemmingsplannen
Deze conclusie betreft het beroep van Praxis tegen het bestemmingsplan van de gemeente Zwolle dat de vestiging van een concurrent, Hornbach, mogelijk maakt. Praxis voerde aan dat het relativiteitsvereiste haar niet tegen kan worden geworpen omdat zij concrete verwachtingen ontleent aan het rechtszekerheids-, zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel.
De staatsraad advocaat-generaal onderzoekt of een correctie op het relativiteitsvereiste, geïnspireerd op de civielrechtelijke correctie-Langemeijer, ook in het bestuursrecht toepasbaar is. Hij concludeert dat schending van een norm die niet direct de belangen van de appellant beschermt, toch kan bijdragen aan het oordeel dat het vertrouwens- of gelijkheidsbeginsel is geschonden, die deze belangen wel beschermen.
Voor het honoreren van een beroep op deze beginselen moet de appellant aannemelijk maken dat het bevoegde orgaan concrete verwachtingen heeft gewekt (vertrouwensbeginsel) of dat sprake is van daadwerkelijke benadeling door ongelijke behandeling (gelijkheidsbeginsel). De bewijslast ligt bij de appellant.
Verder wordt vastgesteld dat het relativiteitsvereiste niet strijdig is met EU-rechtelijke normen zoals het Verdrag van Aarhus, het Handvest van de grondrechten van de EU, en het EVRM. De conclusie is gebaseerd op een uitgebreide vergelijking van civiel- en bestuursrechtelijke relativiteitsvereisten en de toepassing daarvan in de rechtspraak.
Uitkomst: De conclusie adviseert toepassing van een correctie op het relativiteitsvereiste in bestuursrechtelijke procedures, waardoor schending van normen die niet direct belangen beschermen toch kan leiden tot toetsing via vertrouwens- of gelijkheidsbeginsel.