ECLI:NL:RVS:2014:3554
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Landelijk Gebied Zuid wegens ontbreken plan-MER en onvoldoende archeologisch onderzoek
Bij besluit van 2 juli 2013 stelde de raad van de gemeente Bergen het bestemmingsplan Landelijk Gebied Zuid vast, dat onder meer agrarische bestemmingen actualiseert en conserverend van aard is.
Diverse appellanten, waaronder agrariërs, natuurorganisaties en bewoners, stelden beroep in tegen het plan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de beroepen en oordeelde onder meer dat het plan onrechtmatig is vastgesteld omdat de raad naliet een plan-MER op te stellen ondanks dat het plan uitbreidingsmogelijkheden voor grondgebonden veehouderijen bevat die de drempelwaarden van het Besluit milieueffectrapportage overschrijden. Hierdoor is strijd met de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. vastgesteld.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de raad onvoldoende archeologisch onderzoek liet uitvoeren, terwijl er aanwijzingen waren dat de bodem op bollenteeltgronden diep verstoord is, waardoor nader onderzoek noodzakelijk was. Dit leidt tot strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De Afdeling vernietigde deze plandelen.
De overige beroepen, waaronder die over bestemmingen voor bedrijven, wonen, natuur, recreatie en agrarische functies, werden afgewezen. De Afdeling oordeelde dat de raad binnen zijn beleidsvrijheid en redelijkheid handelde, dat overgangsrecht en planregels juist zijn toegepast en dat de raad voldoende motivering gaf voor de keuzes in het plan. Ook werden procesrechtelijke bezwaren over late beroepsgronden afgewezen.
De Afdeling benadrukte het belang van een zorgvuldige voorbereiding van bestemmingsplannen, waarbij milieueffectrapportage en archeologisch onderzoek essentieel zijn voor uitvoerbaarheid en rechtszekerheid.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is deels vernietigd wegens het ontbreken van een plan-MER en onvoldoende archeologisch onderzoek; overige beroepen zijn afgewezen.