Uitspraak
200808122/1/R3.
201006426/1/R2) kan uit de memorie van toelichting op het wetsvoorstel van de Chw (Kamerstukken II 2009/10, 32 127, nr. 3, blz. 49) worden afgeleid dat de wetgever met artikel 1.9 de eis heeft willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en de daadwerkelijke (of: achterliggende) reden om een besluit in rechte aan te vechten en dat de bestuursrechter een besluit niet mag vernietigen wegens schending van een rechtsregel die niet strekt tot bescherming van een belang waarin de eisende partij feitelijk dreigt te worden geschaad.
200605099/1 en 200605858/1. NSI stelt voorts dat de raad in zijn verkeersmodel, bij het bepalen van de verkeersaantrekkende werking van de in het plan mogelijk gemaakte detailhandel, ten onrechte niet is uitgegaan van een maximale invulling van het plangebied met het meest verkeersaantrekkende winkeltype, te weten huishoudelijke elektronica. NSI verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling van 8 oktober 2008, nr.
200805534/2.
200802767/1.