Uitspraak
200508950/1(www.raadvanstate.nl), heeft de Afdeling overwogen dat in de brief van 8 september 2005 niet alsnog een besluit is genomen ten aanzien van het verzoek van [appellant] om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen. De enkele mededeling in die brief dat de voor de inrichting van appellante geldende geluidnormen worden overschreden en daarom conform de vastgestelde sanctie- en handhavingsstrategie handhavend dient te worden opgetreden, kan niet worden aangemerkt als een zodanig besluit. De enkele gegrondverklaring van het bezwaar, zonder dat alsnog een beslissing wordt genomen op het verzoek om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen, behelst geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
200508950/1, waar de uitspraak van de Afdeling van 28 juni 2006 betrekking op heeft, is [appellant] als belanghebbende gehoord en kwam hij als zodanig niet in aanmerking voor een proceskostenvergoeding. Voor zover [appellant] betoogt dat hij ten onrechte in die procedures niet dan wel niet voor het volledige bedrag voor een vergoeding van proceskosten in aanmerking is gekomen, treft dit niet het gewenste doel. Gelet op het limitatieve en forfaitaire karakter van de exclusieve regeling van de proceskostenveroordeling zoals neergelegd in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht, heeft het college terecht geen aanleiding gezien voor een aanvullende vergoeding van proceskosten langs de weg van een zuiver schadebesluit.