Uitspraak
zetelende te ’s-Gravenhage,
gevestigd te Moerdijk,
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
(rov. 3.4)
4.Beslissing
31 oktober 2014.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een geschil tussen de Staat der Nederlanden en Fabricom Nederland B.V. over een subsidieaanvraag op grond van de Subsidieregeling ESF-3. De Staat had het subsidieloket voortijdig gesloten en via website en telefonisch onjuiste mededelingen gedaan dat het indienen van aanvragen zinloos was. Fabricom, als begunstigde van de subsidie, diende de aanvraag via OTIB in, maar deze werd te laat ingediend.
De rechtbank kende Fabricom schadevergoeding toe wegens onrechtmatige overheidsdaad, het hof wees dit af, maar de Hoge Raad vernietigde het hofarrest en verwees de zaak terug. Het verwijzingshof bekrachtigde vervolgens het vonnis van de rechtbank. De Hoge Raad bevestigt in dit arrest dat de Staat een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden door onjuiste mededelingen te doen die ook tot Fabricom als materiële aanvrager waren gericht.
De Hoge Raad oordeelt dat het causaal verband tussen de onjuiste mededelingen en de schade van Fabricom voldoende is komen vast te staan, en dat de stelling van de Staat dat ook bij tijdige indiening een afwijzing zou zijn gevolgd onvoldoende is onderbouwd. Het beroep van de Staat wordt verworpen en de Staat wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de Staat wordt verworpen en de Staat wordt veroordeeld in de proceskosten.