Uitspraak
allen van beroep tandarts en wonende te Tilburg,
eveneens van beroep tandarts en wonende te Dongen,
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of onbevoegde uitoefening van de tandheelkunde door Dorenbos onrechtmatig was jegens de bevoegde tandartsen Beukers c.s. De rechtbank had geoordeeld dat Dorenbos onrechtmatig handelde en hem veroordeeld tot staking en dwangsom, vanwege schending van het exclusieve recht van bevoegde tandartsen en de maatschappelijke zorgvuldigheid.
Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat het strafrechtelijke verbod op onbevoegde uitoefening primair het publiek beschermt en niet de belangen van bevoegde tandartsen, zodat er geen onrechtmatige daad tegenover hen was. Beukers c.s. gingen in cassatie tegen dit oordeel.
De Hoge Raad stelde vast dat de wetgever met het verbod op onbevoegde uitoefening niet alleen het publiek wil beschermen, maar dat ook het belang van bevoegde tandartsen bij het exclusieve recht op uitoefening een maatschappelijk te respecteren belang is. De onbevoegde uitoefening schaadt dit belang en is onrechtmatig jegens de bevoegde tandartsen op grond van een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof om met inachtneming van deze overwegingen verder te behandelen en te beslissen. Hiermee werd bevestigd dat onbevoegde beroepsuitoefening ook civielrechtelijk onrechtmatig kan zijn jegens bevoegde beroepsbeoefenaars.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat onbevoegde uitoefening van tandheelkunde onrechtmatig is jegens bevoegde tandartsen en verwijst de zaak terug naar het hof.