ECLI:NL:RVS:2014:1155
Raad van State
- Verzet
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen ongegrondverklaring beroep inzake stikstofverordening en relativiteitsvereiste
De zaak betreft een verzet tegen een uitspraak van 2 december 2013 waarin het beroep van opposant tegen een besluit omtrent een salderingsreservering in het kader van de Verordening Stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant ongegrond werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de stikstofverordening het algemene belang van bescherming van natuurwaarden in Natura 2000-gebieden dient en dat de individuele belangen van opposant, wonend circa 2500 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, niet zodanig verweven zijn met dit algemene belang dat het relativiteitsvereiste niet van toepassing is.
Opposant voerde aan dat het relativiteitsvereiste niet van toepassing zou zijn vanwege de afstand tot het Natura 2000-gebied en dat dit in strijd zou zijn met het Unierecht. De Afdeling stelde echter vast dat het relativiteitsvereiste ook geldt voor beroepen op grond van Unierechtelijke normen, mits rechtspersonen en natuurlijke personen die in of nabij Natura 2000-gebieden wonen wel toegang tot de rechter behouden. De Afdeling concludeerde dat het relativiteitsvereiste niet leidt tot een onmogelijke of uiterst moeilijke effectuering van rechten uit de Habitatrichtlijn.
Daarnaast werd betoogd dat de beroepsgronden inhoudelijk besproken hadden moeten worden, maar de Afdeling oordeelde dat het buiten bespreking laten van beroepsgronden die niet tot vernietiging kunnen leiden geoorloofd is. Het verzet werd derhalve ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft ongegrond wegens toepassing van het relativiteitsvereiste.