ECLI:NL:RBROT:2021:2274
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Rotterdam bevestigt inzagerecht RM in mededingingsonderzoek PostNL ondanks bezwaar PostNL
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft het onderzoek naar mededingingsverstorend gedrag van PostNL stopgezet na de fusie met Sandd. RM maakte bezwaar tegen dit stopzettingsbesluit en kreeg inzage in een geschoonde samenvatting van het onderzoeksrapport. PostNL stelde beroep in tegen deze inzage en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beslissing van de ACM om de samenvatting aan RM ter inzage te leggen een besluit is dat rechtstreeks belang raakt van PostNL, waardoor beroep mogelijk is. De rechtbank stelde dat RM als concurrent belanghebbende is bij het stopzettingsbesluit en daarom recht heeft op inzage in de stukken die aan het besluit ten grondslag liggen.
De rechtbank verwierp de bezwaren van PostNL dat de samenvatting geen op de zaak betrekking hebbend stuk zou zijn en dat inzage in strijd zou zijn met de onschuldpresumptie of het openbaarmakingsbeleid van de ACM. De ACM had de samenvatting geschoond en beperkingen opgelegd aan het gebruik ervan door RM om vertrouwelijkheid te waarborgen.
Het beroep van PostNL werd ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, maar de rechtbank schortte de tenuitvoerlegging van de beslissing tot inzage op voor vier weken, zodat PostNL in hoger beroep een voorlopige voorziening kan vragen.
Uitkomst: Het beroep van PostNL tegen de inzage van de geschoonde samenvatting door RM wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.