ECLI:NL:RVS:2005:AU4580
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- S.H. van den Ende
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bouwvergunning stadswoningen te Hasselt
Het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland verleende op 25 mei en 10 juni 2004 een vrijstelling en bouwvergunning voor drie stadswoningen op een perceel te Hasselt. Hiertegen maakte een derde bezwaar, dat het college op 12 oktober 2004 ongegrond verklaarde. De rechtbank Zwolle-Lelystad verklaarde het beroep van deze derde gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en schorste de vergunningen tot zes weken na een nieuw besluit.
Verzoekster stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de schorsing op te heffen, zodat zij kon starten met bouwen. De Voorzitter behandelde het verzoek en overwoog dat de rechtbank terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot voorlopige voorziening, ook zonder een daartoe strekkend verzoek.
De Voorzitter constateerde dat onvoldoende zekerheid bestaat dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld over de ruimtelijke onderbouwing van het bouwplan, met name over de vrijstaande woning aan de Eikenlaan, en dat de voorlopige voorzieningsprocedure niet geschikt is om de planologische beoordeling te herzien. Daarom wees de Voorzitter het verzoek af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van de bouwvergunningen wordt afgewezen.