ECLI:NL:CRVB:2005:AT4806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inzagerecht en woonplaatskwestie
Appellante had bijstand ontvangen over bepaalde periodes, maar gedaagde trok het recht op bijstand in en vorderde de kosten terug omdat appellante haar hoofdverblijf buiten de gemeente zou hebben gehad zonder dit te melden. Appellante voerde aan dat zij niet de volledige processen-verbaal van verhoor had mogen inzien en dat de rechtbank geen oordeel gaf over een specifieke periode.
De Raad oordeelde dat gedaagde in bezwaar niet voldeed aan het inzagerecht door niet alle processen-verbaal ter beschikking te stellen, waardoor appellante onvoldoende gelegenheid had haar bezwaren te onderbouwen. Dit was in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast was vastgesteld dat appellante vanaf september 1999 feitelijk haar hoofdverblijf buiten de gemeente had, wat haar recht op bijstand uitsloot.
De Raad vernietigde het besluit tot intrekking en terugvordering, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd, het beroep wordt gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.