Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
De feiten
3.Het geding in cassatie
4.Beschouwing; geen tweede uitspraak op bezwaar?
verzochtom heroverweging van de beslissing op bezwaar.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Parket bij de Hoge Raad
Belanghebbende maakte bezwaar tegen door hem betaalde omzetbelasting over de jaren 2016 tot en met 2019, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het niet betalen van griffierecht. De rechtbank verklaarde het verzet van belanghebbende niet-ontvankelijk omdat hij geen belang zou hebben, aangezien de inspecteur had toegezegd het bezwaar alsnog te behandelen en het griffierecht te vergoeden.
In cassatie betoogt belanghebbende dat de inspecteur niet bevoegd is om zonder rechterlijke vernietiging een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen. De conclusie van de procureur-generaal bespreekt de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad die dit standpunt bevestigt, maar wijst ook op de afwijkende rechtspraak van andere bestuursrechters en de oproep van de rechtbank Oost-Brabant om deze knellende rechtspraak te heroverwegen.
De conclusie pleit voor een heroverweging van de Hoge Raad, waarbij de inspecteur mogelijk bevoegd wordt om een uitspraak op bezwaar ambtshalve in te trekken en te vervangen door een nieuwe uitspraak, met toepassing van een soepelere regeling omtrent termijnoverschrijding en griffierecht. De zaak wordt geadviseerd te worden verwezen voor een nieuwe behandeling van het verzet.
Uitkomst: Cassatieberoep gegrond verklaard en zaak verwezen voor nieuwe behandeling van het verzet.