ECLI:NL:HR:2012:BT1516
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- M.W.C. Feteris
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting 1999
Belanghebbende, een fiscale eenheid, kreeg over het jaar 1999 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd. De Inspecteur verklaarde het bezwaar tegen deze aanslag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn. Het hof bevestigde dit oordeel, stellende dat het beroep uitsluitend tegen de uitspraak van de Inspecteur van 1 maart 2007 kon worden gericht en dat het beroep te laat was ingediend.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de nadere beslissing van de Inspecteur op het bezwaar een zelfstandige beroepsmogelijkheid bood en dat zij niet in verzuim was geweest. De Hoge Raad oordeelde dat een nadere beslissing op bezwaar, zonder rechterlijke tussenkomst, geen zelfstandige beroepsmogelijkheid schept volgens artikel 7:1, lid 2, Awb. Ook werd geoordeeld dat de klacht over het niet tijdig instellen van beroep na het hoorgesprek niet tot cassatie leidt.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee werd bevestigd dat het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting 1999 niet-ontvankelijk is verklaard en dat de wettelijke regeling inzake bezwaar en beroep strikt moet worden toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting 1999.