ECLI:NL:HR:2010:BL7954
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over verschoonbaarheid termijnoverschrijding bij ontbreken rechtsmiddelverwijzing in belastingzaak
In deze zaak ging het om een beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die het beroep wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk had verklaard. Belanghebbenden hadden tijdig verzet aangetekend, maar werden niet gehoord. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing bij het besluit onvoldoende was om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing in belastingzaken ertoe kan leiden dat een termijnoverschrijding verschoonbaar is, tenzij aannemelijk is dat de belanghebbende anderszins tijdig op de hoogte was van de beroepstermijn. De rechtbank had dit niet juist toegepast.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het verzet gegrond en gelastte dat het onderzoek door de rechtbank moet worden voortgezet. Tevens werd het college van burgemeester en wethouders van Maastricht veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan belanghebbenden vergoed.
Uitkomst: Het beroep is ontvankelijk verklaard en de zaak wordt door de rechtbank voortgezet; het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring is gegrond verklaard.