Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
use cases(werkopdrachten) beoordeelde en haar verplichting de software te testen niet nakwam. Capgemini vordert in reconventie onder meer kosten voor het stellen van een bankgarantie.
use casesen niet nakomen van testverplichtingen. Ook klaagt zij over afwijzing van de vergoeding van kosten voor de bankgarantie, onder meer omdat het hof verzuimd zou hebben over het mindere te beslissen.
2.Feiten
Summary of the results
Software Architecture Document(SAD), het
Vision Document(VD) en het
Software Development Plan(SDP)). Volgens [eiser] zijn in deze stukken de verplichtingen tussen partijen nader uitgewerkt en vastgelegd. Capgemini heeft daarop niet gereageerd zodat het hof van de juistheid daarvan uitgaat. Uit de stukken is af te leiden dat de kwaliteit van de te ontwikkelen software de verantwoordelijkheid is van Capgemini (zie letterlijk de aanvullende overeenkomst). Voorts is daaruit af te leiden, kort gezegd, dat ‘
high quality software’ moet worden geleverd, dat de software uit verschillende lagen moet bestaan, dat deze gemakkelijk te onderhouden moet zijn en gemakkelijk aan te passen en uit te breiden naar andere sporten (rov. 3.11).
high quality software’ te leveren, bestaande uit verschillende lagen, gemakkelijk te onderhouden en gemakkelijk aan te passen en uit te breiden naar andere sporten.
high quality softwarete leveren, bestaande uit verschillende lagen, gemakkelijk te onderhouden en gemakkelijk aan te passen en uit te breiden (rov. 7.4).
use casesniet tijdig beoordeelde of haar testverplichtingen niet nakwam, zodat Equihold op deze gronden niet in schuldeisersverzuim raakte (rov. 7.41-7.42).
4.Bespreking van het principale cassatieberoep
Fraanje/Alukonbenadrukt de Hoge Raad, ook hier onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis, het flexibele karakter van de verzuimregeling, in die zin dat de wetgever de rechter expliciet ruimte laat om gelet op de omstandigheden van het geval op grond van de redelijkheid en billijkheid van de regeling af te wijken: [21]
Fraanje/Götte Beheer. [22] In de parlementaire geschiedenis wordt gesproken van een ‘overeengekomen of bij een andere handeling dan een overeenkomst voor de nakoming bepaalde termijn.’ [23] Binnen de contractuele context is essentieel dat de schuldenaar zich heeft gecommitteerd aan de termijn. Dat is niet alleen het geval bij een overeengekomen termijn, maar eveneens bij een eenzijdige toezegging van de schuldenaar. Ook in dat geval rechtvaardigt de instemming van de schuldenaar dat voor het intreden van het verzuim geen ingebrekestelling meer is vereist. [24]
subonderdelen 1.1 en 1.2zijn gericht tegen rov. 7.26. In rov. 7.22 t/m 7.26 overweegt het hof als volgt.
Is Capgemini in verzuim geraakt?
Fraanje/Alukonmoet worden aangenomen dat Capgemini in verzuim is geraakt door de aanhoudende reeks van klachten over de werking van de software en vanaf 2010 over de gebreken in de broncode, in combinatie met de weigering van Capgemini om de geconstateerde problemen te erkennen en op te lossen. Hij wijst in dat verband op 12 omstandigheden (randnummer 3.8 memorie na verwijzing). Het hof volgt hem daarin niet.
Fraanje/Alukononder meer dat de rechter een redelijke oplossing moet zoeken naar gelang hetgeen in de omstandigheden van het geval van partijen kan worden verwacht. Dat gegeven doet op zichzelf niet af aan de functie van een ingebrekestelling: aan de wederpartij moet duidelijk zijn dat van haar wordt verwacht haar prestatie aan te passen omdat de schuldeiser anders zijn toevlucht zal zoeken tot de in de wet geregelde remedies. Met name dit laatste aspect ontbreekt in de door [eiser] genoemde feiten.
nietvolgens de RUP-methodiek werd gewerkt en dat wel van een duidelijk gespecificeerd eindproduct sprake was.
fataletermijn ging, omdat de toezegging paste binnen het continue overleg dat partijen hadden over de ontwikkeling van de software. De vraag is dan of het hof dit oordeel heeft gebaseerd en begrijpelijkerwijs kon baseren op de stellingen van Capgemini. Op haar rust immers de stelplicht en bewijslast dat de overeengekomen termijn geen fataal karakter had. Ter beantwoording van deze vraag wordt het partijdebat rondom dit punt geschetst.
fixed price/fixed date”project met een vooraf afgesproken eindresultaat was overeengekomen, maar dat letterlijk in de raamovereenkomst staat dat Equihold bij Capgemini ‘capaciteit’ inhuurde om onder eindverantwoordelijkheid van Equihold de applicatie te ontwikkelen. Daarbij zou worden gewerkt op basis van nadere door Equihold te geven werkopdrachten. [39] Dit volgt volgens Capgemini ook uit de aanvullende overeenkomst. [40] In dat verband heeft zij ook aangevoerd dat er steeds nieuwe versies van de applicatie werden opgeleverd. [41] Daarbij gaat Capgemini niet in op de toezegging van de vice president van Capgemini in december 2006 dat de gebreken binnen een half jaar zouden zijn opgelost.
Fraanje/Alukon,waarbij het verzuim op grond van de redelijkheid en billijkheid kan intreden indien de schuldenaar niet of niet toereikend reageert op een verzoek van de schuldeiser om binnen een redelijke termijn toe te zeggen dat hij binnen een gestelde, eveneens redelijke, termijn zal nakomen, niet aan de orde was: [42]
Fraanje/Alukon-vergelijking en de in dat kader door [eiser] ingeroepen omstandigheden niet op.
high quality softwarete leveren, bestaande uit verschillende lagen, gemakkelijk te onderhouden en gemakkelijk aan te passen en uit te breiden (rov. 7.4). Mr. Mussche verwoordde dit tijdens de zitting in hoger beroep als volgt: “Het simpele feit dat het dak nog niet op het huis zit, betekent niet dat je niks kan zeggen over het fundament.” [45] Ook Capgemini heeft de mogelijkheid opengelaten dat sprake zou kunnen zijn van tekortschieten in de uitvoering van bepaalde werkopdrachten (althans
use cases), maar aangevoerd dat [eiser] niet heeft aangetoond in de uitvoering van welke zij is tekortgeschoten. [46]
high quality softwaremoest leveren.
Fraanje/Alukonaan dat art. 6:83 BW Pro geen limitatieve opsomming behelst van de gevallen waarin verzuim zonder ingebrekestelling intreedt, maar dat ook de redelijkheid en billijkheid daarbij een rol spelen. Volgens het subonderdeel kunnen de omstandigheden van het geval met zich brengen dat het verzuim van de schuldenaar intreedt als de schuldenaar zélf toezegt binnen een (redelijke) termijn van een half jaar (alsnog) na te zullen komen en dat vervolgens niet doet, ook als die toezegging bij een strakke toepassing van de regels van art. 6:83 BW Pro niet kan worden aangemerkt als fatale termijn in de zin van art. 6:83, aanhef en onder a, BW, te meer waar de schuldenaar deze toezegging doet nadat de schuldeiser kenbaar heeft gemaakt dat sprake is van wanprestatie en dat hij schade leidt. [47] Het hof heeft het voorgaande miskend, althans zijn oordeel in het licht daarvan ontoereikend gemotiveerd.
Voor zover het hof ervan is uitgegaan dat het betoog van [eiser] er (alleen) op zou zijn gebaseerd dat Capgemini weigerde herstelwerkzaamheden uit te voeren, heeft het hof een onbegrijpelijke, want onvolledige, uitleg aan de gedingstukken gegeven.
Kinheim/Pelders. [58] De schriftelijke toelichting noemt daarbij als voorbeeld van een geval waarin de prestatie deels wel en deels niet blijvend onmogelijk is dat een schuldenaar een ondeugdelijke machine heeft geleverd die schade aan het bedrijf van de schuldeiser heeft veroorzaakt doordat materialen zijn beschadigd en het bedrijfsproces moest worden stilgelegd. De primaire prestatie kan dan nog worden nagekomen doordat de machine wordt gerepareerd of vervangen maar de gevolgschade aan het bedrijf als gevolg van het stil komen te liggen van het bedrijfsproces is onherroepelijk ingetreden.
volledigeprestatie van Capgemini blijvend onmogelijk was. De gevolgde redenering kan de verwerping van de vordering ten aanzien van de hier bedoelde directe schade niet dragen. [59]
[…] /Farmex [63] dat nakoming in juridische zin blijvend onmogelijk was geworden. Het hof overweegt dat de vergelijking met dit arrest niet opgaat, omdat van een definitieve oplevering van een vooraf beschreven (eind)product nooit sprake is geweest. Veeleer was de oplevering van een bepaalde versie van de software het vertrekpunt voor de verdere ontwikkeling van een volgende versie op basis van afzonderlijke opdrachten op grond van de Raamovereenkomst. Dat geen sprake was van een definitieve oplevering van een vooraf beschreven (eind)product, maar dat sprake was van elkaar opvolgende versies van de software, sluit niet uit dat op enig moment toch sprake was van een ondeugdelijke prestatie (zie hiervoor, onder 4.38). Ook rov. 7.20 vormt daarom niet een voldoende gemotiveerde weerlegging van de stelling van [eiser] dat sprake is van blijvende onmogelijkheid ten aanzien van de schade in de vorm van kosten die Equihold heeft gemaakt om de software naar behoren te laten functioneren.
Kinheim/Peldersaanvaardt de Hoge Raad dat nakoming blijvend onmogelijk is voor wat betreft schade die de schuldeiser heeft geleden
ten gevolge van het gebrek in de aanvankelijk geleverde prestatiedie hij niet zou hebben geleden indien aanstonds deugdelijk was gepresteerd en die niet door de vervangende prestatie wordt weggenomen. [64] Voor deze schade is dus geen ingebrekestelling vereist. Deze schade als gevolg van het gebrek in de geleverde prestatie wordt ook wel “gevolgschade” of “bijkomende schade” genoemd. [65]
Kinheim/Pelders. Daarover heeft het hof echter niets vastgesteld.
tweede alineadat het oordeel van het hof onvoldoende (begrijpelijk) is gemotiveerd, omdat [eiser] niet alleen heeft aangevoerd dat Capgemini door het [betrokkene 1] -rapport wist dat de software niet voldeed, maar ook dat i) Capgemini geen maatregelen heeft genomen naar aanleiding van het [betrokkene 1] -rapport en ii) het bestaan/ de inhoud van het [betrokkene 1] -rapport (doelbewust) jarenlang voor Equihold heeft achtergehouden en dat dit mede heeft geleid tot de door Equihold ontstane schade. [67] In aansluiting hierop klaagt het subonderdeel dat het hof heeft miskend dat onder die omstandigheden sprake is (of kan zijn) van opzet of grove schuld.
derde alineaklaagt het subonderdeel dat het hof een onbegrijpelijke uitleg aan de gedingstukken heeft gegeven als het hof ervan is uitgegaan dat het betoog van [eiser] op dit punt alleen inhield dat de geleverde software nog niet voldeed en Capgemini dit wist.
vierde alineavan het subonderdeel bevat de klacht dat het oordeel van het hof van een onjuiste rechtsopvatting getuigt voor zover het hof heeft gemeend dat voor de beoordeling of sprake is van opzet of grove schuld niet van belang is of Capgemini naar aanleiding van het [betrokkene 1] -rapport geen maatregelen heeft genomen en bovendien het [betrokkene 1] -rapport (doelbewust) voor Equihold heeft achtergehouden.
vijfde alineavan het subonderdeel voert aan dat het oordeel van het hof van een onjuiste rechtsopvatting getuigt voor zover het hof heeft gemeend dat geen sprake is (of kan zijn) van opzet of grove schuld, omdat sprake is van een (herstelbare) wanprestatie in een relatie tussen professionele partijen. Op het moment dat in het kader van een tussen professionele partijen overeengekomen exoneratiebeding wordt toegekomen aan de beoordeling of sprake is van opzet of grove schuld is namelijk steeds sprake van een (al dan niet herstelbare) wanprestatie. Dit is dan ook niet van (doorslaggevend) belang voor de beoordeling of sprake is van opzet of grove schuld.
10 Onrechtmatige daad als zelfstandige grondslag?
subonderdeel 4.1heeft het hof in deze overwegingen miskend dat de enkele omstandigheid dat dezelfde feiten en omstandigheden ten grondslag worden gelegd aan zowel een vordering uit wanprestatie als een vordering uit onrechtmatige daad, niet (steeds) betekent dat als de vordering uit wanprestatie wordt afgewezen ‘dus’ ook de vordering uit onrechtmatige daad wordt afgewezen. Dat geldt in ieder geval niet wanneer de vordering uit wanprestatie wordt afgewezen vanwege het ontbreken van het vereiste verzuim – welk vereiste voor een vordering uit onrechtmatige daad niet geldt – en niet op grond van een inhoudelijke beoordeling van de feiten en omstandigheden die ten grondslag zijn gelegd aan de stelling dat sprake is van een tekortkoming. Aansluitend bevat het subonderdeel de motiveringsklacht dat het oordeel van het hof dat het in dit geval geen ruimte ziet om op grond van de gestelde onrechtmatige daad anders te oordelen dan over de wanprestatie, omdat [eiser] de feiten en omstandigheden ook heeft aangevoerd ter onderbouwing van zijn betoog dat Capgemini wanprestatie heeft gepleegd, onvoldoende (begrijpelijk) is gemotiveerd.
Subonderdeel 4.2voert aan dat de door het hof in rov. 10.2 genoemde stellingen in cassatie als vaststaand moet worden aangenomen. Het subonderdeel klaagt dat het hof heeft miskend dat deze omstandigheden ieder voor zich, maar in ieder geval in onderlinge samenhang maken dat sprake is, of in ieder geval kan zijn, van een onrechtmatige daad (ook als de vordering uit wanprestatie wordt afgewezen wegens het ontbreken van het vereiste verzuim), althans dat het hof zijn andersluidende oordeel onvoldoende (begrijpelijk) heeft gemotiveerd.
5.Bespreking van het (voorwaardelijke) incidentele cassatieberoep
use cases. In de memorie van antwoord (en in de overige stukken die zijn genoemd in voetnoot 47 van de memorie na verwijzing) ontbreekt feitelijk iedere onderbouwing voor de stelling dat nakoming van de verbintenis van Capgemini is verhinderd door het uitblijven van de beoordeling van de
use cases(4.25 en 4.26 memorie van antwoord). Weliswaar staat het Capgemini vrij in de procedure na verwijzing deze stellingen nader te preciseren en te onderbouwen, maar uit haar onderbouwing in de eerdere processtukken en in de memorie na verwijzing is slechts af te leiden dat het handelen van Equihold leidde tot vertraging in de uitvoering van de overeenkomst. Dat Capgemini daardoor niet in staat was
high quality softwareaf te leveren, volgt er niet uit.”
use caseszijn weerslag had op de nakoming van de verbintenis van Capgemini. In ieder geval houden deze stellingen niet slechts in dat het handelen van Equihold leidde tot vertraging in de uitvoering van de overeenkomst, maar ook dat dit handelen de uitvoering door Capgemini heeft belet, althans gefrustreerd. Het gaat om de volgende stellingen:
Use casesvormen een onmisbare schakel in het ontwikkelproces omdat zij de basis vormen voor de uiteindelijk te ontwikkelen software; [81] de
use caseszijn de werkopdrachten op basis waarvan Capgemini aan de slag ging met de deelprojecten; [82]
use casesdoor Equihold kon de werking van de applicatie alleen nog achteraf, in de testfase, worden getoetst en zo nodig bijgesteld naar de wensen van Equihold, in welke fase het aanbrengen van wijzigingen in de applicatie meer tijd kost; [83]
use cases(tijdig) goed te keuren, maar bleef ook steeds om nieuwe functionaliteiten vragen, hetgeen leidde tot een onwerkbare situatie; [84]
use caseswaardoor een risico ontstond dat de software werd ontwikkeld op basis van foute
use cases; [86]
use caseverloopt zeer moeizaam; [87]
subonderdeel 1.2klaagt Capgemini dat de oordelen van het hof in rov. 7.41, dat uit Capgemini’s onderbouwing in de eerdere processtukken (voor verwijzing) slechts is af te leiden dat het handelen van Equihold leidde tot vertraging in de uitvoering van de overeenkomst en de stellingen die Capgemini ná verwijzing heeft ingenomen geen nadere precisering en onderbouwing vormen van vóór verwijzing betrokken stellingen, onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd zijn. De hiervoor ingeroepen stellingen laten zich niet anders uitleggen dan dat Capgemini ook voor verwijzing heeft aangevoerd dat het niet-beoordelen van de
use casesdoor Equihold ertoe leidde dat zij in de nakoming van haar verbintenissen werd verhinderd en dat hetgeen Capgemini na verwijzing heeft aangevoerd hiervan een nadere precisering en onderbouwing vormt.
high quality softwarete leveren doordat Equihold
use casesniet tijdig beoordeelde, dit niet als een nadere precisering of onderbouwing van Capgemini’s stellingen voor verwijzing is aan te merken en daarom als tardief. Hiervan uitgaande bespreek ik het oordeel van het hof in het licht van de stellingen waarop subonderdeel 1.1 een beroep doet.
stelling (i)verdient opmerking dat het hof niet geoordeeld heeft dat de
use casesde werkopdrachten zijn op basis waarvan Capgemini aan de slag ging met deelprojecten. Het hof heeft het begrip ‘werkopdracht’ niet nader gedefinieerd. Het woord ‘
use case’ komt in de definitie van ‘werkopdracht’ in art. 1 van Pro de raamovereenkomst en in art. 3 over Pro ‘Werkopdrachten’ niet voor. [89] Ten behoeve van de beoordeling van het subonderdeel moet er evenwel van uit worden gegaan dat een
use caseeen werkopdracht is, of in ieder geval onderdeel uitmaakt van “nadere overeenkomsten in de vorm van werkopdrachten die in het kader van de raamovereenkomst tussen Capgemini en Equihold werden gesloten”, zoals Capgemini het in subonderdeel 1.3 formuleert. Overigens heeft [eiser]
use casesomschreven als werkopdrachten voor een programmeur “bestaande uit een modelmatige beschrijving van de gewenste functionaliteit van een specifiek softwareonderdeel” [90] en lijkt ook hij er van uit te gaan dat de
use casesin ieder geval mede invulling gaven aan wat partijen overeenkwamen. [91] Tegen die achtergrond valt aan te nemen dat ook het oordeel van het hof erop berust dat
use casesonderdeel uitmaakten van of invulling gaven aan de nadere overeenkomsten in de vorm van raamovereenkomsten die partijen sloten.
use cases, als werkopdrachten, een onmisbare schakel zouden vormen in het ontwikkelproces omdat zij de basis zouden vormen voor de uiteindelijk te ontwikkelen software. Het hof heeft het belang van werkopdrachten erkend in rov. 7.3, 7.24 en 7.25. Het heeft daar overwogen, samengevat, dat Equihold ten behoeve van de verdere ontwikkeling van de sportapplicatie capaciteit heeft ingehuurd bij Capgemini op grond van (steeds) nadere werkopdrachten waarin de uitvoering van bepaalde diensten aan Capgemini wordt opgedragen. Gewerkt werd op basis van de RUP-methodiek. Partijen zijn geen vastomlijnd eindproduct overeengekomen, maar wel staat vast dat Capgemini verantwoordelijk was voor de kwaliteit van de te leveren software en dat zij de verplichting had
high quality softwarete leveren, bestaande uit verschillende lagen, gemakkelijk te onderhouden en gemakkelijk aan te passen en uit te breiden. In deze context impliceert het feit dat Equihold achter zou zijn gebleven met de beoordeling van
use casesniet zonder meer dat dit een verhindering vormt in de nakoming van Capgemini’s verbintenis tot het leveren van
high quality software.
use caseste laat beoordeelde, dat kwam door de bedroevende kwaliteit ervan, dat het niet-tijdig beoordelen van
use caseshooguit kan leiden tot vertraging, althans stagnatie van de werkzaamheden van Capgemini en dat Capgemini volledig in het midden laat hoe niet-tijdige beoordeling van de
use casestot een slechte broncode heeft kunnen leiden. [95] Het hof heeft [eiser] in rov. 7.41 gevolgd. In het licht van de hierna nog te bespreken stellingen (ii) t/m (vii) is dat oordeel niet onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd.
use casescruciaal was voor de voortgang van de ontwikkeling van de applicatie en dat het niet-tijdig beoordelen een bedreiging vormde voor het project, omdat die tijd er niet was in het licht van Equiholds toezeggingen aan klanten. Niet onbegrijpelijk is dat het hof uit deze stellingen alleen afleidde dat het handelen van Equihold leidde tot vertraging in de uitvoering van de overeenkomst. Tijd en niet kwaliteit staat centraal in de stellingen.
use cases.Zij zien op extra wensen en eisen (functionaliteiten en timing). Zij onderbouwen mogelijk wel waarom Equihold achterbleef met het beoordelen van de
use cases(zij richtte zich ook op nieuw toe te voegen functionaliteiten)
,maar niet dat Capgemini door het niet tijdig beoordelen van de
use casesin de nakoming van de uitvoering van de verbintenis is verhinderd.
stelling (v)vermelde vindplaatsen uit de processtukken voor verwijzing heeft Capgemini inderdaad aangevoerd dat zij de ontwikkeling van de software (noodgedwongen) heeft voortgezet op basis van niet-geaccordeerde
use cases.Ook heeft zij aangevoerd dat doordat Capgemini India regelmatig werkte op basis van niet goedgekeurde
use casesveel werk achteraf opnieuw moest worden gedaan en er geen tijd was om de gebouwde software te testen en – na uitlevering – te verbeteren en op te schonen. [96] Zij heeft deze stellingen niet nader feitelijk onderbouwd.
use caseshet risico loopt dat je het proces inricht op foute
use casesen dat dat vanzelfsprekend mogelijke problemen met zich meebrengt in een later stadium van een proces. [97] Hij concretiseert die problemen overigens niet nader en zegt ook niet in algemene zin dat het daarbij zou gaan om problemen in de vorm van verminderde kwaliteit van de software (doordat die door het achterblijven in de beoordeling van de
use casesniet bestaat uit verschillende lagen en/of niet gemakkelijk te onderhouden en gemakkelijk aan te passen en uit te breiden is).
high quality softwareaf te leveren, althans dat Capgemini de consequenties voor de kwaliteit van de software onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd. Of de stellingen na verwijzing en precisering vormen van de stellingen voor verwijzing doet daardoor niet ter zake.
stelling (vi)vermelde vindplaatsen uit processtukken tot en met de memorie na verwijzing wordt er met name op gewezen dat niet-tijdige beoordeling van
use casesen verder werken op basis van niet goedgekeurde
use casesertoe leidde dat het doorvoeren van eventuele wijzigingen achteraf meer tijd kostte en dat dat een bedreiging vormde voor het project omdat die tijd er niet was. [98] Ook deze stelling wijst met name op vertraging doordat Equihold
use casesniet tijdig beoordeelde.
use caseste bouwen binnen de door haar aan klanten toegezegde deadlines en dat daardoor de gebouwde software onvoldoende kon worden getest en waar nodig verbeterd. De productie waarnaar in beide pleitnota’s wordt verwezen is een
Progress Reportover de periode 1 juli 2006 – 31 augustus 2006 waarin is vermeld:
use cases,maar de consequenties van het prioriteren van en het toevoegen van extra functionaliteiten (wat er mogelijk toe leidde dat
use casesbleven liggen)
.Het oordeel van het hof over de vraag of Equihold in schuldeisersverzuim raakte door
use casesniet tijdig te beoordelen is in het licht daarvan niet onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd.
use casesen de consequenties van later alsnog op minder structurele wijze doorvoeren van wijzigingen voor de kwaliteit van de software. Niet onbegrijpelijk is dat het hof dit niet als een (geoorloofde) precisering of aanvulling ziet – die overigens op deze plaats niet met concrete stukken en/of voorbeelden wordt onderbouwd –, omdat op de vindplaatsen t/m de memorie na verwijzing steeds het aspect tijd centraal staat.
high quality softwareaf te leveren doordat Equihold achterbleef met het beoordelen van
use cases.
high quality softwareaf te leveren onjuist, althans onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd is, omdat niet, althans zonder nadere motivering niet valt in te zien dat de relevante verbintenis van Capgemini (slechts) het leveren van
high quality softwareinhoudt, omdat Capgemini heeft gesteld dat in de
use caseswerd vastgelegd aan welke eisen de door Capgemini te leveren
high quality softwaremoest voldoen, althans de
use casesvormden, althans maakten onderdeel uit van, nadere overeenkomsten in de vorm van werkopdrachten die in het kader van de raamovereenkomst tussen Equihold en Capgemini werden gesloten. Zij werd dus logischerwijs in het ontwikkelingsproces gehinderd doordat door het uitblijven van goedkeuring van de
use casesonduidelijk bleef wat de door haar te ontwikkelen software moest inhouden.
use caseswerd vastgelegd aan welke eisen de door Capgemini te leveren software moest voldoen geen toereikende onderbouwing van de stelling van Capgemini dat zij werd gehinderd in de nakoming van haar verbintenis doordat Equihold achterbleef met de beoordeling van
use cases.Voor zover de
use casesal invulden wat tussen partijen als
high quality softwaregeldt, kan niet zonder meer gezegd worden dat het achterwege laten van de goedkeuring daarvan ook een verhindering in de nakoming betekent en niet alleen dat die niet-goedgekeurde
use casesniet tot ‘de verbintenis’ behoorden die Capgemini jegens Equihold moest nakomen en dat de ingehuurde capaciteit daarvoor dus ook niet bestemd was. Wat het hof in rov. 7.3, 7.24, 7.25 en 7.41 overweegt, vormt op dit punt een voldoende begrijpelijke motivering. Het subonderdeel is tevergeefs voorgesteld.
deugdelijkenakoming kan worden begrepen (zie hiervoor, onder 5.9). Dat wil niet zeggen dat het die mogelijkheid niet onder ogen heeft gezien. Het hof leidt uit de stellingen van Capgemini in haar processtukken t/m de memorie na verwijzing slechts af dat het handelen van Equihold leidde tot vertraging in de uitvoering van de overeenkomst. Dat oordeel is in het licht van de bij subonderdeel 1.1 aangevoerde stellingen niet onbegrijpelijk. In het verlengde daarvan strandt ook dit subonderdeel.
use casesniet in staat was
high quality softwareaf te leveren.’
use cases,maar over het prioriteren van andere functionaliteiten.
use casesniet beoordeelde, onder druk gezet door Equihold doordat zij onrealistische toezeggingen bleef doen aan klanten en steeds andere technische eisen bleef stellen aan de applicatie, heeft geprobeerd te leveren. Deze pogingen om te presteren worden door het hof in Capgemini’s nadeel uitgelegd doordat het hof tot het oordeel komt dat louter van vertraging sprake was. Het subonderdeel klaagt dat deze opvatting van het hof niet behoort te worden aanvaard, nu de juistheid ervan zou meebrengen dat een partij die ondanks een gebrek aan medewerking van haar wederpartij probeert te leveren, een slechtere rechtspositie heeft dan een partij die bij een gebrek aan medewerking van haar wederpartij direct een beroep doet op opschorting.
use casesniet tijdig beoordeelde. Daarnaast staat niet vast dat Capgemini’s pogingen om onder druk te blijven leveren in haar nadeel worden uitgelegd. Het hof is aan de beoordeling van de kwaliteit van de door Capgemini afgeleverde software niet toegekomen. Zo is denkbaar dat
use casesvan slechte kwaliteit waren, zoals [eiser] heeft gesteld, [100] maar kan de inhoud van de werkopdrachten die [eiser] diende te geven ook meewegen bij de (verdere) invulling van wat op een bepaald moment van Capgemini kon worden verwacht. Het subonderdeel faalt.
verhinderddoor het gestelde uitblijven van de acceptatietests. In randnummer 7.14 van de memorie van antwoord (waarnaar in voetnoot 77 van de memorie na verwijzing is verwezen) staat daarover niets. In de memorie na verwijzing voert Capgemini slechts aan dat door het uitblijven van de acceptatietests tijdsdruk is ontstaan. Dat door die tijdsdruk geen
high quality softwarekon worden geleverd, is er opnieuw niet uit af te leiden.”
use casesniet (tijdig) werden beoordeeld en goedgekeurd, zodat veel afhing van het tijdig uitvoeren van de acceptatietests; [102]
high quality software.Door het niet verrichten van acceptatietests bleef immers onduidelijk of de door Capgemini afgeleverde code voldeed aan de wensen van Equihold en of de software überhaupt functioneerde. Ook bleef er minder tijd over om de software alsnog aan deze wensen aan te passen, terwijl er al nauwelijks tijd voor aanpassingen was als gevolg van de onrealistische toezeggingen door Equihold aan potentiële afnemers van de software. [105] Het hof stelt in rov. 7.42 te hoge eisen aan Capgemini’s onderbouwing.
There is still a problem in reviewing capacity at 1-2Focus. This causes a delay in approval of the requirements which are part of the first release which will be build by Capgemini.” Capgemini wijst hier dus op een vertraging en niet op een probleem met de kwaliteit van de code, laat staan dat vermeld is dat die is veroorzaakt door nalaten van Equihold.
high quality softwareinhoudt. Levering van
high quality softwareis immers alleen mogelijk als duidelijk is dat de geleverde software beantwoordt aan de door de opdrachtgever gestelde vereisten en ook daadwerkelijk in de praktijk werkt. Het uitblijven van tests aan de zijde van Equihold verhinderde de nakoming van Capgemini’s verplichtingen.
[…] / […] . [108]