Uitspraak
gevestigd te Dongen,
gevestigd te Tilburg,
gevestigd te Tilburg,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
20 maart 2020.
Hoge Raad
In deze zaak vordert To Concept B.V. dat CZ wordt veroordeeld wegens wanprestatie, onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking in verband met een samenwerkingsovereenkomst omtrent een studentenverzekering. De rechtbank wees de vorderingen af, het hof kende een verklaring voor recht toe inzake niet tijdige levering van een webmodule, maar wees schadevergoeding af wegens gebrek aan aannemelijkheid van schade.
To Concept stelde dat het hof ook de subsidiaire grondslagen onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking had moeten beoordelen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit naliet en daardoor art. 23 Rv Pro schond. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling van deze grondslagen.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad het onmiddellijkheidsbeginsel en rechterswisseling. Het arrest verduidelijkt dat bij rechterswisseling na mondelinge behandeling partijen vooraf geïnformeerd moeten worden en een verzoek tot nadere mondelinge behandeling kunnen indienen. De Hoge Raad komt terug op eerdere rechtspraak en stelt een werkbaar systeem voor mededeling van rechterswisselingen.
De Hoge Raad veroordeelt CZ in de kosten van het cassatiegeding en bepaalt dat de zaak opnieuw moet worden behandeld met inachtneming van de subsidiaire grondslagen en de nieuwe regels omtrent rechterswisseling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor beoordeling van subsidiaire grondslagen en stelt nadere regels voor rechterswisseling.