Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, onderworpen aan het offshore-regime vóór 2002, maakte bezwaar tegen aanslagen winstbelasting en verzuimboetes uit 2006 en 2010-2014. De inspecteur stelde niet tijdig een beslissing op bezwaar, waarna belanghebbende ruim 15 maanden na het verstrijken van de beslistermijn beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen.
Het Gerecht oordeelt dat dit beroep onredelijk laat is ingediend en verklaart het niet-ontvankelijk. Hoewel de behandeling van bezwaar en beroep in totaal ruim twee jaar duurde, waardoor in beginsel sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, wordt deze termijn verlengd met 6,5 maand vanwege het late instellen van beroep en een grote brand in het belastingkantoor.
Hierdoor is de redelijke termijn niet overschreden en bestaat geen grond voor vergoeding van immateriële schade. Het Gerecht wijst het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter A.J.H. van Suilen op 31 maart 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en er wordt geen schadevergoeding toegekend.