Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.GESCHIL
3.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep niet-tijdig beslissen
4.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
5.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een offshore vennootschap, kreeg aanslagen winstbelasting opgelegd voor de jaren 2012 tot en met 2014 en een voorlopige aanslag voor 2017. Tegen deze aanslagen werd bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur stelde niet tijdig uitspraak op bezwaar.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar, maar dit beroep werd bijna 15 maanden na het verstrijken van de beslistermijn ingediend. Volgens artikel 32 lid 7 van Pro de Landsverordening winstbelasting (oud) moet een dergelijk beroep niet-ontvankelijk worden verklaard als het onredelijk laat is ingediend.
Het Gerecht oordeelde dat de termijn van ruim één jaar als redelijke termijn geldt en dat het beroep van belanghebbende daarom niet-ontvankelijk is. De Inspecteur blijft verplicht om alsnog een beslissing op bezwaar te nemen. Er was onduidelijkheid over de stand van zaken van de aanslagen en boetes, maar dat doet niet af aan de niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Proceskostenvergoeding werd niet toegekend vanwege de niet-ontvankelijkheid. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie binnen twee maanden na verzending.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding.