ECLI:NL:HR:2013:BX6666
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over navordering inkomstenbelasting en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd over 1997. Hij maakte bezwaar tegen het uitblijven van een tijdige uitspraak op dat bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank. De Inspecteur deed alsnog uitspraak, waarna de navorderingsaanslag ambtshalve werd verminderd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en handhaafde de aanslag na vermindering. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en Inspecteur en veroordeelde de Staat tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de Inspecteur een ambtelijk verzuim beging door zonder nader onderzoek de aanslag in overeenstemming met de aangifte op te leggen. Het hof had echter onjuist geoordeeld over de toerekening van de schadevergoeding voor de termijnoverschrijding, waarbij de Minister van Veiligheid en Justitie niet was betrokken.
De Hoge Raad stelt dat bij overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar- en beroepsfase de vergoeding naar evenredigheid moet worden verdeeld tussen het bestuursorgaan en de Staat. Het hof heeft dit niet correct toegepast en moet de zaak opnieuw beoordelen, waarbij de Minister van Veiligheid en Justitie als partij moet worden betrokken.
Het arrest betreft ook de uitleg van de toepasselijkheid van artikel 8:73 Awb Pro over vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn en bevestigt dat het niet relevant is of belanghebbende eerder beroep instelde om de termijnoverschrijding te voorkomen.
De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond en verwijst de zaak naar het hof voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling van de immateriële schadevergoeding met betrokkenheid van de Minister van Veiligheid en Justitie.