ECLI:NL:CRVB:2024:726
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep herijkt uitleg dringende reden bij herziening en terugvordering Wajong-uitkering
In deze zaak gaat het om de herziening en terugvordering van een Wajong-uitkering van appellant wegens studies en inkomsten uit arbeid die niet volledig waren gemeld. Het UWV had de uitkering met terugwerkende kracht verlaagd en een bedrag van €14.403,66 teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hij te veel ontving en dat het UWV zijn beleid consistent had toegepast.
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV fouten had gemaakt en dat het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel waren geschonden, waardoor rekening gehouden moest worden met dringende redenen om terugvordering te matigen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het begrip dringende reden voortaan ruimer moet worden uitgelegd, waarbij niet alleen de gevolgen van herziening en terugvordering, maar ook de oorzaak daarvan en het eigen aandeel van het UWV moeten worden meegewogen.
De Raad benadrukte dat het UWV een belangenafweging moet maken die een toetsing aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur kan doorstaan, met name het rechtszekerheids-, vertrouwens-, zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel. Het UWV had in deze zaak onvoldoende rekening gehouden met zijn eigen aandeel in de ontstane situatie en moet het besluit binnen zes weken herstellen. Hiermee wordt het dwingendrechtelijke karakter van herziening en terugvordering gecombineerd met een intensieve toetsing aan de menselijke maat en maatschappelijke inzichten.
Uitkomst: Het UWV moet binnen zes weken het besluit herstellen door een nieuwe belangenafweging te maken waarbij alle relevante feiten en omstandigheden worden meegewogen.