Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond in de zaken met de zaaknummers 21/1218 tot en met 21/1223 en 21/1424;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar in de zaken betreffende de voldoening van bpm op aangifte over augustus 2019 (zaaknummers 21/1218 tot en met 21/1223 en 21/1424);
- verleent teruggaaf bpm voor € 3;
- verklaart zich onbevoegd om in deze procedure uitspraak te doen over de verzochte (invorderings- of belasting)rentevergoeding;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade van € 1.000;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrag van € 1.138,50;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 718 aan hem vergoedt;
- beslist dat, indien de immateriëleschadevergoeding, de proceskostenvergoeding en/of de vergoeding van griffierecht niet tijdig wordt vergoed, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan.
2.Gronden
- pleitnota met dagtekening van 25 november 2021 in de zaken met zaaknummers 20/10155 t/m 20/10157;
- pleitnota met dagtekening van 25 november 2021 in de zaken met zaaknummers 21/1147 en 21/4549;
- e-mail ‘reactie op wrakingsverzoek’ met dagtekening van 8 maart 2022 in alle zaaknummers;
- e-mail ‘pleitaantekeningen’ met dagtekening van 9 maart 2022 in alle zaaknummers.
- pleitnota met dagtekening van 25 november 2021 in de zaken met zaaknummers 20/10151 t/m 20/10154;
- pleitnota met dagtekening van 25 november 2021 in de zaken met zaaknummers 21/1218 t/m 21/1223 en 21/1424;
“heden 20 januari 2021 ontving ik uw brieven met dagtekening van 19 januari 2021 inzake uitnodigingen voor fysieke hoorzitting op 10 en 15 februari 2021. U merkt op
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;