Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 26 juni 2026
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Almere, de inspecteur
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Feiten
rechtbank:met daarbij drie weergegeven, geschreven, handtekeningen]
Beoordeling door de rechtbank
- zijn alle op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd;
- is de navorderingsaanslag IB/PVV 2009 tijdig opgelegd;
- heeft de inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen voldoende voortvarend gehandeld;
- heeft de inspecteur gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb);
- is terecht en zo ja tot de juiste bedragen heffings- en belastingrente in rekening gebracht;
- zijn de opgelegde vergrijpboetes wegens opzet in de navorderingsaanslagen IB/PVV 2012 tot en met 2014 terecht en naar de juiste bedragen vastgesteld;
- is het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel geschonden;
- heeft belanghebbende recht op een integrale proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase van de procedure die zag op de informatiebeschikking;
- heeft belanghebbende recht op een vergoeding wegens geleden immateriële schade.
.
Wijmaken melding dat wij willen inkeren, van het niet aangegeven van vermogen wat belast had moeten worden in Box 3 (…)
ons.