ECLI:NL:HR:2021:439
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op belastingrente ondanks intrekking beleid
Belanghebbende ontving een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting (vpb) over 2015 en betaalde deze. Bij de definitieve aanslag werd belastingrente in rekening gebracht over een periode waarin het geld al bij de Belastingdienst aanwezig was. Belanghebbende betwistte dit en verwees naar een openbaar gemaakt intern verslag van de Belastingdienst waarin werd gesteld dat er geen rente berekend zou worden over deze periode.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat dit verslag een begunstigend beleid bevatte waarop belanghebbende mocht vertrouwen, en dat een latere brief van de Staatssecretaris die het beleid introk niet aan belanghebbende kon worden tegengeworpen. De Staatssecretaris stelde in cassatie dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing was omdat het beleid was ingetrokken.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat belanghebbende zich op het vertrouwensbeginsel kan beroepen zolang het beleid niet uitdrukkelijk en kenbaar aan hem is ingetrokken. De brief van 7 juni 2017 was onvoldoende om het vertrouwen te beëindigen. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
De Hoge Raad legde geen proceskosten op aan belanghebbende en bevestigde hiermee het belang van rechtszekerheid en bescherming van vertrouwen in bestuursrechtelijke belastingzaken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het vertrouwensbeginsel ten aanzien van belastingrente wordt bevestigd.