ECLI:NL:RBDHA:2025:17262
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Polen en verlenging overdrachtstermijn
Eiser diende op 8 oktober 2024 een asielaanvraag in Nederland in, maar de minister nam deze niet in behandeling omdat Polen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Tevens verlengde de minister de overdrachtstermijn met 18 maanden wegens onderduiken.
Eiser betwistte de verantwoordelijkheid van Polen, stelde mishandeling en dwang bij registratie in Polen, en voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden. De rechtbank oordeelde dat uit Eurodac blijkt dat eiser in Polen een asielaanvraag heeft ingediend en dat de minister terecht op het vertrouwensbeginsel mag steunen. Eiser leverde geen overtuigend tegenbewijs.
De rechtbank verwierp ook het beroep op artikel 17 Dublinverordening Pro, omdat eiser onvoldoende onderbouwde bijzondere omstandigheden aanvoerde die overdracht onevenredig hard maken. De verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken werd bevestigd, omdat eiser zich doelbewust buiten bereik van autoriteiten hield.
De beroepen werden ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Emaus op 16 september 2025.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag en de verlenging van de overdrachtstermijn zijn ongegrond verklaard.