ECLI:NL:RVS:2024:2935
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlenging overdrachtstermijn vreemdeling aan Polen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had de overdrachtstermijn van een vreemdeling aan Polen verlengd tot achttien maanden. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze verlenging niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de brief waarin de verlenging werd meegedeeld wel een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, waartegen beroep mogelijk is. De Afdeling beoordeelde vervolgens inhoudelijk de beroepsgronden. De vreemdeling stelde dat hij niet ondergedoken was zoals bedoeld in het arrest Jawo van het Hof van Justitie, en dat daarom de verlenging niet terecht was.
Uit het dossier bleek dat de vreemdeling aanwezig was in zijn opvanglocatie en niet buiten bereik van de autoriteiten was, ondanks zijn weigering mee te werken aan de overdracht. De Afdeling concludeerde dat de minister ten onrechte de overdrachtstermijn had verlengd tot achttien maanden. Het besluit werd vernietigd en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot verlenging van de overdrachtstermijn aan Polen tot achttien maanden is vernietigd.