ECLI:NL:RVS:2025:2357
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 6 januari 2023 een besluit om de asielaanvraag van betrokkene niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde dit besluit onrechtmatig en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een nieuw toetsingskader voor de bewijslastverdeling had ontwikkeld, wat niet strookt met het interstatelijk vertrouwensbeginsel zoals uitgelegd door het Hof van Justitie en eerdere uitspraken van de Afdeling. Tevens werd geoordeeld dat de minister de omstandigheden van betrokkene, waaronder zijn eerdere ervaringen in Bulgarije en medische klachten, voldoende had betrokken bij haar beoordeling.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de minister ongegrond, waarmee het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.