ECLI:NL:RVS:2023:16
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verlenging overdrachtstermijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk was voor de behandeling, waarbij hij de overdrachtstermijn verlengde tot 18 maanden wegens vermeend onderduiken van de vreemdeling. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de staatssecretaris het onderduiken niet met stukken had onderbouwd en oordeelde dat Nederland verantwoordelijk was voor de asielaanvraag.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank onjuiste feiten had vastgesteld en dat de rechtbank ten onrechte het bewijsaanbod ter zitting had geweigerd wegens strijd met de goede procesorde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht het bewijsaanbod had geweigerd vanwege late indiening en dat het besluit terecht was vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het onderduiken.
Echter, de Afdeling corrigeerde het oordeel van de rechtbank dat Nederland verantwoordelijk was geworden voor de behandeling van de asielaanvraag, omdat daarvoor onvoldoende feiten waren vastgesteld. Uit het arrest van het Hof van Justitie volgt dat de staatssecretaris mag aannemen dat de vreemdeling ondergedoken was als hij zijn woonplaats verliet zonder dit te melden, tenzij de vreemdeling het tegendeel aannemelijk maakt.
De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris de overdrachtstermijn terecht had verlengd omdat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken en niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet de bedoeling had onder te duiken. Het beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van de gronden, en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van de gronden, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.