ECLI:NL:RVS:2024:1653
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 5 februari 2024 het besluit om de asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 februari 2024 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling overwoog dat de rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije reeds was beantwoord in een eerdere uitspraak van 29 februari 2024, waarop zij zich baseerde.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht geen aanleiding zag om de asielaanvraag in behandeling te nemen vanwege het ontbreken van een reëel risico op een in strijd met het EU Handvest en EVRM artikel 3 staande Pro behandeling bij overdracht aan Bulgarije. Ook waren er geen bijzondere individuele omstandigheden die een overdracht van onevenredige hardheid maakten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.