Conclusie
I.Inleiding
De bewijsvoering aangaande feit 1; parketnummer 16/705311-17 (medeplegen van moord)
4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
Aanvulling van de gronden
Het tweede middel en de bespreking daarvan
de auditu- of
hearsay-verklaring ( [betrokkene 8] ) heeft kunnen ondervragen.
niet-ondervraagde getuigen hier van toepassing is, zoals uiteengezet in onder meer de zaak Schatschaschwili. [3] Die opvatting vindt echter geen steun in het recht. Dit toetsingskader geldt voor gevallen waarin de verdachte
nieteen (adequate en behoorlijke) gelegenheid heeft gehad tot het ondervragen van een getuige à charge die een belastende verklaring heeft afgelegd. [4] Een dergelijke situatie doet zich te dezen niet voor. [betrokkene 8] was al overleden en had in deze zaak geen enkele verklaring afgelegd, laat staan een belastende. Het gaat hier om de verklaring van getuige A, en dit is nu juist wél een getuige die een verklaring heeft afgelegd waarbij de verdediging aanwezig was en daarbij antwoord heeft gegeven op vragen van die zijde.
de auditu- of
hearsay-verklaringen niet onbegrensd is. Reeds in 1926 overwoog de Hoge Raad in het zogenoemde
de auditu-arrest van 20 december, ECLI:NL:HR:1926:BG9435,
NJ1927, p. 85 in dat verband:
Het vierde middel en de bespreking daarvan
met [betrokkene 8] en een derde persoonnaar Utrecht is gereden en de Audi daar in de brand heeft gestoken.
[verdachte] heb ik niet die colaflessen zien gebruiken. U, advocaat-generaal, vraagt mij of [verdachte] hierbij was. [verdachte] was niet bij het branden, voor de rest heb ik geen weet. Ik beroep mij op mijn verschoningsrecht.
[betrokkene 8]bij het verbranden betrokken is geweest.
zetwee auto's in brand hebben gestoken. Ze zijn vanuit Utrecht naar Amsterdam weggereden. Daarna hebben
zede eerste auto in de brand gestoken. Daarna hebben
zeeen tweede auto in brand gestoken. Daarbij had
[betrokkene 8] een deur of een raam open gelatenwaardoor de auto niet goed verbrand is.
Tenminste. Een discussie, in eerste aanleg en hier herhaald, is de vraag wanneer er nu overdracht heeft plaatsgevonden. Het NFI-rapport zegt dat het onbekend is
wanneerde primaire overdracht van [verdachte] op één van de andere verdachten kan hebben plaatsgevonden.
zes andere mensen. En een onbekende vrouw.
Prevalence of DNA is vehicles: Linking an item away from a vehicle to occupancy of the vehichlewerden vijf auto's van vijf verschillende eigenaren ieder door drie verschillende gastchauffeurs een half uur bestuurd. Direct daarna werden beide handen en autosleutels bemonsterd op DNA. Totaal 15 ritten, totaal 30 bemonsterde handen: Op 13 handen van gastbestuurders zat het DNA van de eigenaar.
Prevalence of DNA is vehicles: Persistence of DNA from a temporary driver after reuse by its regular driver on items less commonly targetedbeschrijft vervolgonderzoek met dezelfde opzet waarbij andere locaties in de auto zijn onderzocht, zoals dashboardknoppen, radio, middensteun etc.
DNA within cars: prevalence of DNA from driver, passenger and others on steering wheelswerden vier auto's grondig DNA-bemonsterd op alleen het stuur. In auto 1 werd op het stuur het DNA ontdekt van een passagier die niet zelf gereden had. “As the person had not driven the car it is likely that their DNA was deposited on the steering wheel indirectly through prior contact, with the driver or shared items.” In de tweede auto werd op het stuur het DNA van de partner van de eigenaar gevonden,
alsmede het DNA van een vriend die langer dan een maand geleden in de auto gezeten had, door indirecte overdracht. In de derde auto zat op het stuur DNA van een vriend die een uur in de auto gereden had, ongeveer een maand eerder, en verder het DNA van een passagier die tien dagen eerder in de auto had gezeten. In de vierde auto werd het DNA aangetroffen van een partner van de eigenaar en van de vorige passagier.
Could Secondary DNA Transfer Falsely Place Someone at the Scene of A Crimeschudden twaalf proefpersonen elkaar gedurende twee minuten de hand. Ze gebruikten vervolgens 24 messen, van twee verschillende huishoudelijke types. Messen werden steeds maar door één persoon vastgehouden. De allerhoogste hygiënische maatregelen waren van kracht. Uiteindelijk bleek dat onder deze gecontroleerde laboratorium-omstandigheden in 85% van de gevallen DNA op het mes werd aangetroffen dat van de ander was, degene die niet zelf het mes had aangeraakt. In een op de vijf gevallen was de geïdentificeerde tweede persoon volgens het DNA-onderzoek de hoofddonor of soms de enige donor. Criminal Legal News van het Human Rights Defense Center geeft een samenvatting van nog ander onderzoek:
met dezelfde schaarwaren afgeknipt, terwijl de schaar ondertussen gewassen was. Er was nog steeds voldoende DNA om het bewijs te besmetten.
Misleading DNA Evidence, Reasons for Miscarriages of Justicevan Peter Gill. Daarin beschrijft hij hoe het misgaat als het gaat om het interpreteren van DNA-bewijs.
Het eerste middel en de bespreking daarvan
de auditu-verklaring van de getuige A wel degelijk voldoende steun in de overige bewijsmiddelen. Dat oordeel kan, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet verder worden getoetst. Daarbij zij nogmaals opgemerkt dat voor een bewezenverklaring niet is vereist dat de bewijsconstructie andere denkbare scenario’s geheel en al uitsluit.
Het derde middel en de bespreking daarvan
NJ1997/443. [8] De bewezenverklaring moet hier dan ook aldus worden begrepen dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon, die later [slachtoffer] bleek te zijn, van het leven heeft beroofd. Anders dan met het middel wordt betoogd, is de bewezenverklaring (ook) in zoverre naar de eis der wet met redenen omkleed.
Het vijfde middel en de bespreking daarvan (betreffende de bewezenverklaring van feit 3 primair onder B ‘het medeplegen van voorbereiding van moord’)
B.
Het onderzoek 09Doorn
Broertje check of iemand die [betrokkene 1] vandaag ziet en wat die aanheeft als kan aub.”
Broertje kyk of iemand die [betrokkene 1] ziet ergens.”
Salam broertje alles goed? Die hond is in [D] kan iemand kyken o fzyn auto er staat sir.”
Gryze A3 even vragen.”
Broertje […] spotterz zittern er al op.”
Nee u nooit broertje […] gisteren wilde hem absoluut niet by u doen voor de zaak echt kanker geluks vogel.”
Hy is nog niet thuis alles staat klaar.”
Waar kan die hond nog zolaat zitten broertje? [D] is dicht als het goed is by niks.”
Hy zat rondjes te ryden dus spotter vielen op hebben afstand genomen.”
Ja broertje en heads te lang daar gestaan straks weer nieuwe dag nieuwe kansen.”
Broertje aub kyk of u jongens van u mee kan laten zoeken vandaag weg waar die ook is.”
Hond is gewoon nog steeds niet thuis gekomen.”
Ze hebben gisteren heads gepakt met kalas in kofferbak alles.”
c).
NFI-rapport d.d. 19 november 2019
medeplichtigheidaan voorbereidingshandelingen. Een hitteam is opgezet om [betrokkene 1] te liquideren, zou dan de conclusie zijn. De poging liep al sinds 12 januari of mogelijk daarvoor, en [betrokkene 8] was daar bij betrokken. Mogelijk [betrokkene 2] ook.
medeplegenvan deze voorbereidingshandelingen bewezenverklaard (cursivering door mij, A-G). Welbekend is dat voor medeplegen als bedoeld in art. 47, eerste lid, onder 1°, Sr niet is vereist dat elk van de medeplegers de gehele delictsinhoud vervult. Wél moet volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad komen vast te staan dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Daarbij geldt dat de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht moet zijn. Dit brengt mee dat wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. [11]
Het zesde middel en de bespreking daarvan (redelijke termijn)
Slotsom