Conclusie
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
primair
4.Het eerste en het tweede middel
Ad 4: De onvrijwilligheid (bij de 1e massage) was niet kenbaar: dus vrijspraak
“andere feitelijkheid”zijn fysieke handelingen, [8] het uitspreken van woorden, [9] het aanwenden van gezag of overwicht, [10] bedreigende mededelingen, [11] het brengen in een afhankelijkheidssituatie [12] en onverhoeds handelen. [13]
dwang. [14] De kern van dwang in de zin van art. 242 Sr Pro is dat degene die eraan blootstaat iets ondergaat wat hij of zij zonder die dwang niet zou hebben laten gebeuren. [15] Een dergelijke dwang is aan de orde, wanneer de geweldshandelingen of andere feitelijkheden die van de verdachte uitgaan zijn gericht op het bewerkstelligen van seksueel contact en dat deze van een zodanig kaliber zijn dat de ander zich daartegen redelijkerwijs niet heeft kunnen verzetten [16] en dat de verdachte door die feitelijkheden of geweld opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen zijn/haar wil heeft ondergaan. [17] Met het bestaan van een “andere feitelijkheid” is niet automatisch ook de dwang tot het seksueel binnendringen gegeven. Niet voldoende voor het bestaan van die dwang is bijvoorbeeld dat de verdachte door misbruik van zijn uit feitelijke verhouding voortvloeiend overwicht op het slachtoffer en/of door misleiding van het slachtoffer, deze heeft bewogen de handelingen te ondergaan. [18] Evenmin kan deze dwang worden afgeleid uit enkel de tussen de verdachte en zijn patiënt of cliënt bestaande afhankelijkheidsrelatie en het daarmee verband houdende overwicht van de verdachte op zijn patiënt of cliënt. Voor een veroordeling ter zake van art. 242 Sr Pro is dan vereist dat komt vast te staan dat het slachtoffer binnen die afhankelijkheidsrelatie door bepaalde gedragingen van de verdachte waardoor een bedreigende sfeer is ontstaan, is gedwongen de seksuele handelingen te ondergaan. [19]
5.Het derde middel
“de door verdachte gecreëerde setting en het onverhoeds brengen van zijn vingers in haar vagina haar echter in de situatie [heeft] gebracht dat zij hiertegen geen weerstand kon bieden”,waardoor de bewezenverklaarde dwang door een feitelijkheid ontoereikend is gemotiveerd. De steller van het middel betoogt dat niet duidelijk wordt waarom de aangeefster geen bezwaar kon maken tegen de kennelijk geleidelijk naar haar vagina gaande vingers noch waarom zij geen bezwaar heeft gemaakt na het vermeende brengen van zijn vingers in haar vagina als zij daar niet van gediend was. De steller van het middel meent dat uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt “dat een dergelijke setting an sich niet als dwang door een feitelijkheid kan worden gekwalificeerd” en dat, voor zover deze setting een afhankelijkheidssituatie opleverde, die enkele situatie van afhankelijkheid geen dwang door een feitelijkheid kan opleveren. Hij doet daarbij een beroep op HR 2 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH5725,
NJ2009/307, en merkt op dat het in dit arrest om een 15-jarig meisje gaat dat al tijdens haar massage door een vriend van haar moeder, een sportmasseur, duidelijk aangeeft dat zij de seksuele handelingen niet wil, en dat uit de vernietiging van de veroordeling door de Hoge Raad blijkt dat “echter niet voldoende [is] voor een bewezenverklaring wegens verkrachting”, terwijl de onderhavige zaak bewijsrechtelijk nog veel zwakker is.
NJ2009/307 bij de beantwoording van de vraag of de in de onderhavige zaak bewezenverklaarde dwang toereikend is gemotiveerd.
“dat de door verdachte gecreëerde setting en het onverhoeds brengen van zijn vingers in haar vagina haar echter in de situatie [heeft] gebracht dat zij hiertegen geen weerstand kon bieden”onbegrijpelijk is, faalt het derhalve.
6.Het vierde middel
- aldus te zijn of het slachtoffer(door de door de verdachte uitgeoefende druk of door de door hem geschapen situatie)niet meer in staat was zich tegen de seksuele handelingen te verzetten of zich daaraan te onttrekken....
De door verdachte gecreëerde setting en het onverhoeds brengen van zijn vingers in haar vagina hebben haar echter in een situatie gebracht dat zij hiertegen geen weerstand kon bieden)is dus duidelijk ontoereikend om "dwang door een feitelijkheid" te kunnen bewijzen.
"bij een massage heeft als uitgangspunt te gelden dat - zonder ondubbelzinnige contra-indicaties - geen seksuele handelingen worden verricht.
uit de bewijsmiddelen moet blijkendat het vermijden van de handelingen door cliënt niet of nauwelijks mogelijk was voor aangeefster, dat hij haar daarbij geen redelijke keuze heeft gelaten. Hierbij springt natuurlijk in het oog dat aangeefster nergens heeft verklaard dat het voor haar niet mogelijk was zich te onttrekken aan de handelingen van cliënt. Nergens verklaart zij dat zij door de door cliënt gecreëerde setting geen weerstand kon bieden. Deze motivering mist dus wederom elke feitelijke grondslag. Ze zegt niets over de handelingen van cliënt
"omdat ze niet voor zich zelf durft op te komen"(verklaring aangeefster bij de politie, p. 27, niet omdat ze door een handeling van cliënt verbaal of fysiek geen bezwaar durft te maken.
dat zij het (inwendig) betasten van de vagina als ongewenst heeft ervaren, ontoereikend voor het bewijzen van dwang door een feitelijkheid en dient derhalve vrijspraak te volgen. Hetzelfde geldt voor de tenlastegelegde situatie van overwicht. Dit blijkt niet uit enig bewijsmiddel maar zou sowieso niet hét bewijsmiddel kunnen zijn om dwang door een feitelijkheid bewezen te kunnen verklaren.
7.Het vijfde middel
"geleidelijk en onverhoeds zijn handen heeft verplaatst naar en in haar vagina".
"geleidelijk en onverhoeds"is een contradictio in terminis. Als de handen geleidelijk richting vagina gaan, kan dat bezwaarlijk onverhoeds worden genoemd.
"dit"op slaat: Op de seksuele handelingen? Of dat ze het van cliënt niet had verwacht? Zo lijkt de rechtbank het op te vatten hoewel zij zelf nergens verklaart dat zij de handelingen van verdachte niet had verwacht
omdat zij geen seksuele intenties had.
dit"betrekking heeft op dat ze in shock was. Ze had niet verwacht in shock te zijn: ik had dit niet verwacht volgt immers direct op "ik heb niets gezegd, ik was in shock". De uitleg dat ze "dit" niet van cliënt had verwacht is echter ook een plausibele uitleg maar dan wel in de zin van: "ik had dit van [verdachte] niet verwacht", "hij heeft nooit seksuele interesse in mij getoond".
: Hoe lang duurde die beweging die hij in jouw vagina maakte?
“zijn handen geleidelijk en onverhoeds heeft verplaatst naar en in haar vagina”heeft afgeleid uit deze vastgestelde feiten. Dat heeft het hof niet onbegrijpelijk gedaan. Immers, uit die vastgestelde feiten blijkt dat de verdachte de aangeefster eerst – zoals afgesproken – masseerde in de buurt van haar vagina en toen voor de aangeefster onverwachts, want de aangeefster vroeg zich af of ze het wel goed voelde – onverhoeds derhalve – zijn vingers naar en in haar vagina verplaatste. Gelet daarop ligt de verwerping van het in hoger beroep voorgedragen verweer voor zover inhoudende i) dat “deze motivering iedere feitelijke grondslag mist omdat aangeefster dit nergens verklaart” en ii) dat “geleidelijk en onverhoeds” een contradictio in terminis is, besloten in de bewijsvoering van het hof. In die bewijsvoering ligt tevens besloten de verwerping van het verweer voor zover inhoudende dat een ‘onverhoedse beweging’ slechts een korte snelle beweging kan zijn. Het hof heeft overwogen dat “‘onverhoeds’ hier dus dient te worden begrepen in de betekenis van ‘onverwachts’, tegen de achtergrond van het ontbreken van seksuele intenties bij aangeefster”. Daarin ligt als ’s hofs niet onbegrijpelijke oordeel besloten dat de in de tenlastelegging bedoelde term ‘onverhoeds’ niet wordt bepaald door de tijdsduur van de gedraging, maar slechts door het onverwachte aanvangen van die gedraging. [37] Voor zover het middel over die overweging klaagt, faalt het derhalve.
“dat zij deze handelingen van verdachte niet had verwacht, omdat zij geen seksuele intenties had”, terwijl het hof deze verklaring wel in zijn bewijsoverweging heeft gebezigd. Blijkens zijn pleitnotities heeft de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank de door de aangeefster bij de rechter-commissaris op 16 mei 2018 afgelegde verklaring, inhoudende “Toen het die eerste keer gebeurde, heb ik niets gezegd. Ik was in shock. Ik had dit niet verwacht” als volgt in haar bewijsmotivering heeft gebruikt: “Aangeefster heeft verklaard dat zij deze handelingen van verdachte niet had verwacht omdat zij geen seksuele intenties had.” Het hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk gezien de context van een niet-seksuele massage waarin deze handelingen plaatshadden, deze overweging van de rechtbank tot de zijne gemaakt. Verder heeft het hof met betrekking tot het bewijs overwogen dat de door de verdediging bij pleidooi gegeven interpretatie van de bewijsmiddelen geen geloofwaardig alternatief scenario bieden. Daarin ligt besloten de verwerping van het in hoger beroep voorgedragen verweer voor zover inhoudende (als de mijns inziens nogal vreemde interpretatie van de verklaring van de aangeefster) dat in die verklaring van de aangeefster bij de rechter-commissaris niet duidelijk is waar “dit” op slaat en dat het waarschijnlijk is dat de aangeefster daarmee bedoelde dat ze niet had verwacht in shock te zijn. Het middel faalt ook in zoverre.
“En de vierde keer? Hetzelfde als de eerste keer”.”
8.Het zesde middel
9.Het zevende middel
Onvoldoende wettig bewijs
Art. 342 lid 2 Sv Pro (de unus testis-regel) dwingt uw hof er rekening mee te houden dat elke getuige - moedwillig of onbewust - in strijd met de waarheid kan verklaren. Misschien heeft de getuige iets niet goed waargenomen of maakt hij anderszins een vergissing. De rechter dient steeds op dergelijke mogelijkheden bedacht te zijn, aldus prof. Borgers. [39]
“omdat ze wilde voorkomen dat er meer slachtoffers zouden komen”(verklaring rc p. 2). Niet omdat ze zich zelf slachtoffer voelde van cliënt. Dit is anders dan de meest gehoorde reden om aangifte te doen: vergelding. [43]
door wat de politie mij vertelde, heb ik besloten om aangifte te doen(verklaring RC, p. 3).
slachtoffers van verkrachting doen verhoudingsgewijs vaker en sneller aangifte dan slachtoffers van andere typen zedenmisdrijven. [46]
("Ik had het wel direct door maar begon aan mijzelf te twijfelen of ik het goed voelde"). Dit klinkt ook door in het feit dat ze eerst [betrokkene] , de ploegleider, vertelt dat ze is
aangerand,niet dat ze verkracht is, zie haar verklaring bij de RC, p. 2), dat wordt pas later een verkrachting als ze bij de politie begrijpt dat hij eerder slachtoffers heeft gemaakt. Het is genoeg geweest, daar moet een einde aan komen, denkt ze. Gelet op het goede doel dat ze nastreeft - het voorkomen van meer slachtoffers - is het wellicht ook geoorloofd dat zekerder voor te komen dan ze het zich kan herinneren. Het is goed invoelbaar dat aangeefster zo heeft gedacht. Vanuit het trauma dat ze heeft, spreek ik dan ook niet van een bewust valse aangifte. Zo gaat het meestal niet in de realiteit maar wel van een aangifte die - op het punt van het inwendig aanraken van de vagina - onvoldoende betrouwbaar is omdat de herinnering is vervaagd en tot stand is gekomen onder omstandigheden die haar deden denken aan eerder seksueel misbruik (zie haar verklaring op p. 27:
ik ben toen ik 14 jaar was ook misbruikt dus ik durfde niks te zeggen).
Ook de MSN-berichten tussen slachtoffer en verdachte bieden onvoldoende steun aan de getuigenverklaring nu de inhoud van die berichten ook in een andere gang van gebeurtenissen kan worden geplaatst"
Dat maakt de vervolging van daders van verkrachting en seksueel misbruik in de regel niet eenvoudiger omdat dat misbruik in het verborgene pleegt te geschieden maar het kan niet zo zijn dat daaraan de zorgvuldigheid van de bewijsvoering wordt opgeofferd in die zin dat dan maar op de koop moet worden toegenomen dat het gevaar groter wordt dat onschuldigen worden veroordeeld, aldus AG Hofstee. [52]