ECLI:NL:HR:2010:BK2094
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsbeslissing ondanks getuigenverklaring van één getuige
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden over bedreiging met een mes op 3 september 2006 te Burgum. De verdachte zou het slachtoffer meerdere malen hebben bedreigd met een mes en daarbij de woorden 'I kill you' hebben uitgesproken. De bewezenverklaring steunt op de verklaring van het slachtoffer, verklaringen van opsporingsambtenaren, de aanhouding van de verdachte met het mes in zijn broekzak en de bevestiging van de verdachte zelf.
De verdediging voerde aan dat het bewijs niet mocht steunen op de verklaring van slechts één getuige, conform art. 342, tweede lid, Sv, dat stelt dat één getuigenverklaring niet voldoende is zonder steun in ander bewijsmateriaal. De Hoge Raad bevestigt dat deze regel geldt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, maar dat de beoordeling per geval moet plaatsvinden.
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad dat de verklaring van het slachtoffer voldoende steun vindt in het overige bewijsmateriaal, waaronder de verklaringen van de opsporingsambtenaren en het gevonden mes. Het verband tussen de getuigenverklaring en het overige bewijs is duidelijk en niet te ver verwijderd, anders dan in eerdere zaken waarin de Hoge Raad dit wel oordeelde. De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk voor het cassatieberoep betreffende een ander feit en wijst het beroep voor het overige af.
Daarnaast constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn, maar acht dit niet aanleiding tot rechtsgevolgen gezien de korte opgelegde gevangenisstraf en de mate van overschrijding.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk voor een feit en wijst het beroep voor het overige af, waarbij de bewezenverklaring wordt bevestigd.