ECLI:NL:HR:2007:BA0862
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling feitelijkheid in feitelijke aanranding van de eerbaarheid bij onverhoeds binnentreden en dwang
Deze zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin hij werd veroordeeld voor onder meer feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Het hof had geoordeeld dat het slachtoffer door het onverhoeds binnentreden van verdachte in haar woning en het doorgaan met ontuchtige handelingen ondanks haar protesten, werd gedwongen tot het dulden daarvan.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste uitleg gaf aan het begrip “feitelijkheid” in art. 246 Sr Pro. De bewezenverklaring was voldoende gemotiveerd en het hof mocht aannemen dat het slachtoffer geen weerstand kon bieden. De verdachte was 27 jaar en het slachtoffer 77 jaar oud, wat mede de beoordeling ondersteunde.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep inhoudelijk, maar vernietigde de strafoplegging vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro, en mat de gevangenisstraf terug tot negen maanden en een week. De overige onderdelen van het arrest bleven in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn tot negen maanden en een week gevangenisstraf.