Conclusie
Nummer18/04624 P
Het cassatieberoep
De middelen
eerste middelbevat de klacht dat het hof het verzoek van de verdediging tot het horen van de getuigen [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , de bedrijfsleider, [betrokkene 3] , de constructeur uit [plaats] en de vriend die in Rolexen handelde ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft afgewezen.
tweede middelbevat de klacht dat het hof in strijd met het bepaalde in art. 6, tweede lid, EVRM in de eenvoudige kasopstelling feiten heeft betrokken waarvan de betrokkene is vrijgesproken.
Geerings tegen Nederland),
NJ2007/349, m.nt. Borgers. [3] Uit dit arrest volgt dat feiten waarvan is vrijgesproken niet ten grondslag mogen worden gelegd aan de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het komt daarbij aan op de vraag of de rechter in de ontnemingszaak alsnog de schuld van de betrokkene heeft aangenomen aan een strafbaar feit waarvan hij is vrijgesproken. [4]
Standpunten van de verdediging
derde middelbevat de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.