Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
14 januari 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. In de hoofdzaak was de betrokkene partieel vrijgesproken van het telen van meer dan 150 hennepplanten, hoewel het hof bij de schatting van het voordeel uitging van een oogst van 397 planten.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte voordeel heeft betrokken dat gerelateerd is aan de partiële vrijspraak, omdat dit in strijd is met de bewijsvoering en de bewezenverklaring waarin het aantal planten niet concreet is vastgesteld. De Advocaat-Generaal had al geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en wijst de zaak terug aan het hof voor een nieuwe berechting en afdoening op het bestaande hoger beroep. Hiermee wordt beoogd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel correct wordt vastgesteld zonder rekening te houden met het voordeel dat samenhangt met de partiële vrijspraak.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting zonder het voordeel gerelateerd aan de partiële vrijspraak mee te nemen.