Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
4 juli 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter zake medeplegen van invoer van verdovende middelen en witwassen.
De betrokkene was veroordeeld tot een gevangenisstraf en ontneming van een bedrag van circa €56.000, gebaseerd op een eenvoudige kasopstelling die het hof hanteerde om het wederrechtelijk verkregen voordeel te schatten. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd of het bedrag uitsluitend gerelateerd is aan het bewezenverklaarde witwassen, de Opiumwet-overtreding of andere strafbare feiten.
De Hoge Raad wijst erop dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat het bedrag dat meer is uitgegeven dan de legale inkomsten automatisch wederrechtelijk verkregen voordeel vormt omdat het voorwerp van witwassen was. Dit is in strijd met eerdere jurisprudentie.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling binnen het bestaande hoger beroep.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 4 juli 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de kasopstelling.