Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onder 1.1werken de stellers van het middel die klacht uit met diverse verwijzingen naar door [eiseressen] in de feitelijke instanties betrokken stellingen.
in het bijzonderook het belang van zulke niet goed geïnformeerde aspirant-kopers op het oog heeft, omdat dezen nog meer dan anderen aan de hiervoor bedoelde verwarring zullen blootstaan. Zij zullen zich immers veelal van de mogelijkheid van onvergelijkbare opgaven van woon- of gebruiksoppervlakten in het geheel niet bewust zijn, terwijl zij die de meetinstructie kennen, daarmee die bewustheid wel zullen hebben.
onder 2.4slaagt. Terecht voert het middel aan dat onjuist is het oordeel van het hof dat de schade naar analogie van het arrest van uw Raad van 28 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6460 [7] inzake […] / […] kan worden bepaald. Dat arrest formuleert een regel voor het geval dat iemand uitgaven heeft gedaan ter verkrijging van een op zichzelf niet op geld waardeerbaar onstoffelijk voordeel en hij dit voordeel heeft moeten missen. Ik meen dat niet juist is dat iemand die een woning koopt in de veronderstelling dat die woning een woonoppervlakte van 150 m2 heeft in plaats van 124 m2, aldus vergeefs uitgaven heeft gedaan ter verkrijging van 26 m2 woonoppervlakte in een enigszins vergelijkbare zin als een motorliefhebber die vergeefs uitgaven heeft gedaan met het oog op deelname aan de rally Dakar. Van een uitgave gericht op het verkrijgen van op zichzelf niet op geld waardeerbaar onstoffelijk voordeel is geen sprake. Eenieder met enig inzicht in de werking van de woningmarkt weet dat een voordeel van meer vierkante meters woonoppervlakte zich vertaalt in een hogere marktprijs en dus wél op geld waardeerbaar is. [8] De schade van de koper bestaat erin dat hij te veel voor de woning heeft betaald, dan wel een woning heeft gekocht die hij bij een juiste voorlichting niet zou hebben gekocht.