Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Regelgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
Capital Bank AD v. Bulgariaheeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) overwogen: [42]
Capital Bank AD v. Bulgariatoegepast op de zogenoemde Fierensmarge: [44]
Kreuz v. Poland, dat gaat over de verhouding tussen artikel 6 EVRM Pro en de heffing van griffierechten, heeft het EHRM overwogen: [47]
5.Beschouwing
redelijkerwijskon worden voldaan, [69] waarbij aan de mate van financieel onvermogen mijns inziens vrij strenge eisen moeten worden gesteld. Misschien is het praktisch een algemene minimumgrens te gaan hanteren, zoals een inkomen gelegen beneden de bijstandsnorm.
Ferrazzini v. Italy [77] is mijns inziens in principe nog niet achterhaald. In zoverre kan de uit de wet voortvloeiende verplichting van de indiener om griffierecht te betalen, voorzover dat griffierecht is toe te rekenen aan de naheffingsaanslag niet worden getoetst aan artikel 6 EVRM Pro. [78] Het komt mij echter voor dat hier voor een dergelijke opsplitsing geen plaats is. De betaling van griffierecht is een wettelijke eis voor toegang tot de (belasting)rechter. Griffierecht wordt bij de aanvang van een instantie eenmalig geheven. Bij de bepaling van de hoogte van het griffierecht wordt geen onderscheid gemaakt naar gelang een bepaalde procedure ziet op een belastingaanslag en/of een boete en/of enige andere fiscale beschikking. [79]
redelijke mogelijkheid tot effectieve betwistingbiedt. [101] In zoverre kan worden gemeend dat artikel 1 Eerste Pro Protocol niet het recht geeft op toegang tot een onafhankelijke rechter, zoals artikel 6 EVRM Pro wel geeft.