ECLI:NL:HR:2005:AT3034
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over niet-ontvankelijkheid bezwaar inkomstenbelasting 1998
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Hij diende een bezwaarschrift in dat gedateerd was op 26 juli 2000, maar pas op 2 augustus 2000 bij de Inspecteur aankwam, een week na de termijn die op 28 juli 2000 eindigde. De Inspecteur nam echter het standpunt in dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend.
Het Hof verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig was verzonden. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof dit niet had mogen doen zonder dat de Inspecteur dat betwistte, omdat het feit van tijdige verzending niet in geschil was gesteld.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het Hof rekening moet houden met deze overwegingen. Tevens wordt het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.