ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet van opposant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht beoordeeld. Opposant stelde dat hij recht had op behandeling zonder betaling van griffierecht en beriep zich op artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU. De Raad oordeelde echter dat het Handvest in dit geval niet van toepassing is omdat er geen uitvoering van Unierecht aan de orde is.
De Raad bevestigde dat het heffen van griffierecht geen wezenlijke inbreuk vormt op het recht op toegang tot de rechter zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro, en verwees naar relevante jurisprudentie van het EHRM en de Hoge Raad. Opposant kon niet aantonen dat het griffierecht onevenredig hoog was of dat hij niet in staat was dit te betalen.
Daarnaast wees de Raad het verzoek af om het hoger beroep aan te houden totdat op een ander hoger beroep was beslist, omdat dit neerkomt op een voorwaardelijk hoger beroep, wat niet is toegestaan volgens de Beroepswet. De Raad verklaarde het verzet ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard vanwege niet tijdige betaling van griffierecht.