ECLI:NL:GHARN:2009:BK2259
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. Lamens
- J.P.M. Kooijmans
- R.F.C. Spek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht in belastingzaak
Belanghebbende stelde verzet in tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep door het Gerechtshof Arnhem, omdat hij het griffierecht niet had betaald. Hij voerde aan niet in staat te zijn het griffierecht te voldoen en dat het bedrag niet in redelijke verhouding stond tot het belang van de zaak.
Het hof onderzocht de feiten en constateerde dat het griffierecht van €107 niet tijdig was betaald, ondanks meerdere aanmaningen. Belanghebbende had geen bewijs geleverd van zijn financiële situatie die zou rechtvaardigen dat hij niet kon betalen.
Verder oordeelde het hof dat het griffierecht niet disproportioneel hoog was en geen wezenlijke belemmering vormde voor de toegang tot de rechter, ook niet in het licht van artikel 6 EVRM Pro. Daarom was er geen sprake van verschoonbaar verzuim en bleef de niet-ontvankelijkverklaring in stand.
Het verzet werd ongegrond verklaard en partijen werden gewezen op de mogelijkheid van cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
De uitspraak benadrukt dat griffierechten niet in redelijke verhouding tot het belang van de zaak hoeven te staan, maar wel de toegang tot de rechter moeten waarborgen.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van griffierecht is ongegrond verklaard.