Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- in 1998 ƒ 1.490.000 (€ 676.133) voor de aankoop van een woning in [plaats 2] , [adres 1] ;
- in 2000 ƒ 785.000 (€ 356.217) voor de aankoop van een woning in Spanje;
- in 2001 ƒ 903.521 (€ 410.000) voor de aankoop van effecten; en
- tevens is er een rekening-courantvordering (hierna tezamen ook: de vorderingen).
3.Geschil en conclusies van partijen
- i) Heeft belanghebbende de vereiste aangiften IB/PVV 2012 en 2014 gedaan?
- ii) Heeft de inspecteur terecht een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang in aanmerking genomen in de navorderingsaanslag IB/PVV 2012 omdat in 2012 sprake was van een winstuitdeling van de B.V. aan belanghebbende?
- iii) Zo nee, heeft de inspecteur terecht een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang in aanmerking genomen in de navorderingsaanslag IB/PVV 2014 omdat in 2014 sprake was van een winstuitdeling van de B.V. aan belanghebbende?
4.Gronden
jaarmutatiesin 2012 en 2014 sprake is van een onttrekking c.q. winstuitdeling. De vraag of de schuld op een later moment dan het moment van verstrekken als een onttrekking moet worden aangemerkt, betreft een rechtskundige vraag. Daarvoor speelt de omkering en verzwaring van de bewijslast geen rol. Het hof zal die vraag hierna afzonderlijk beantwoorden. Gelet op het voorgaande kan de vraag of de inkomenscorrectie ter zake van de jaarmutatie in 2012 en 2014 leidt tot omkering en verzwaring van de bewijslast, in het midden blijven.
[voetnoot 5: Vgl. HR 29 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR4761].
[voetnoot 6: Vgl. HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:355, rechtsoverweging 3.5].
[voetnoot 7: Vgl. HR 1 november 1989, ECLI:NL:HR:1989:BH7458, rechtsoverweging 4.3]. Die vereiste omstandigheden zijn: (a) dat de vermogensverschuiving naar de aandeelhouder is geschied met de bedoeling de aandeelhouder als zodanig te bevoordelen, en (b) dat zowel de vennootschap als de aandeelhouder zich bewust was of had moeten zijn van niet alleen die vermogensverschuiving maar ook van die bevoordelingsbedoeling. Dit laatste vereiste strekt zich niet uit tot de exacte omvang van het bedrag van die vermogensverschuiving
[voetnoot 8: Vgl. HR 24 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0411, rechtsoverweging 4.3, en het aldaar genoemde arrest HR 8 juli 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2193, rechtsoverweging 5.1].
enkelestilzitten” wordt bedoeld dat stilzitten nog steeds kan leiden tot de constatering dat sprake is prijsgegeven, maar dat een dergelijk oordeel een uitgebreide motivering van de feitenrechter behoeft, waarbij bijkomende omstandigheden aanwezig moeten zijn. Indien de schuldeiser (de B.V.) geen beroep doet op mogelijkheden om zijn rechten veilig te stellen waar een onafhankelijke derde dat wel zou doen (het ‘onzakelijk stilzitten’), dan kan het stilzitten door de B.V. worden geplaatst in de met de aandeelhouder bestaande vennootschappelijke betrekkingen. [12] Voor deze opvatting pleit dat het voorkomt dat heffing ter zake van geheel of gedeeltelijk oninbaar geworden vorderingen van de B.V. op de aandeelhouder oneindig wordt uitgesteld door het formeel prijsgeven van de vorderingen achterwege te laten en de B.V. te laten voortbestaan. [13] In de literatuur wordt eveneens de optie opgeworpen dat het onzakelijk stilzitten ertoe kan leiden dat een zakelijke lening onzakelijk wordt [14] ofwel dat het onzakelijk stilzitten gelijkgesteld kan worden met het verstrekken van een bodemloze-putlening (r.o. 3.4.2 van het arrest van 13 januari 2023) voor het bedrag dat een derde als aflossing op de lening zou hebben afgedwongen [15] . Het hof stelt echter voorop dat deze stellingen niet door partijen zijn betrokken en dat het hof zich dus ook niet zal uitlaten over de vraag of deze situaties zich in de onderhavige zaak voordoen.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- verklaart het incidentele hoger beroep ongegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar alleen voor de beslissingen omtrent de navorderingsaanslagen IB/PVV 2012 en 2014 en de bijbehorende beschikkingen belastingrente;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2012 naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 45.675;
- vermindert de bijbehorende beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2014 naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 57.742;
- vermindert de bijbehorende beschikking belastingrente dienovereenkomstig
- veroordeelt de minister tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de minister in de kosten van het geding bij het hof van € 226,75.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).